Belevenissen uit het gymnasium - Handhaven

LEEK Op dit moment lees ik een prachtig boek, waarvan ik maar een klein deel begrijp maar dat toch een aanrader is en veel momenten van verbluft bungelen op de

bureaustoel en van verraste verwondering verschaft.

De titel? ‘Van bacterie naar Bach en terug’, van Daniël Dennett. Hebben docenten als ik dan tijd voor dergelijke lectuur, zeker als die ook nog eens buiten mijn vakgebied(en) valt, wilt u weten? Natuurlijk wel en gelukkig wel! Wij docenten staan volgens berichten in de pers voortdurend op de rand van een enorme burn-out en schijnen dag en nacht alleen maar te werkenwerkenwerken, maar ik heb het gevoel dat dat in mijn geval best eevalt, zeker wanneer dergelijke boeken de relativiteit van alles weer wat scherper stellen. Maar goed, dat terzijde.

Dennett probeert o.a. een antwoord te formuleren op de vraag hoe taal is ontstaan en hoe kinderen hun taal verwerven en wanneer woorden echt gekend worden. Zo

stelt Dennett dat “kinderen van hun geboorte tot aan hun zesde levensjaar […] gemiddeld ongeveer 7 woorden per dag [leren]” (blz. 217). Hoe zou dat zijn met de woorden bij de moderne vreemde talen in het algemeen en bij de klassieke talen in het bijzonder? Ik merk dat ik als docent bij onderbouwleerlingen graag woordtoetsen afneem ter inslijping, maar bij bovenbouwleerlingen het accent meer leg op de betekenissen in de context van het verhaal, want men moet vooral de lijnen in het verhaal kennen. Wat zou de beste woordleerstrategie zijn? Ik ben er nog niet uit… Tips welkom!

Uit mijn eigen basisschooltijd herinner ik me dat ik op een goede dag op de radio het woord ‘handhaven’ hoorde. Een prachtig woord! …maar ik had geen idee wat het betekende. Ik nam het woord letterlijk en zag er iets van een ‘hand’ en iets van een ‘haven’ met schepen e.d. in. Ik nam me voor dit woord bij het eerste het beste opstel te gebruiken. Toevallig moesten we die week iets schrijven ter inlevering en ik draaide en schaafde een zin zodanig dat “handhaven” er naar mijn gevoel in paste. Niet natuurlijk, zoals later bleek door de rode streep en een vraagteken in de kantlijn. Toch is het woord me dierbaar gebleven en hopelijk zullen vele vele Griekse en Latijnse woorden dierbaar zijn voor mijn leerlingen en hen de rest van hun leven vergezellen.

Door Anneke de Vries