De verhalen van Groningen | Moord in Noordhorn

NOORDHORN Op 4 oktober 1822 was chirurgijn (heelmeester) Heslinga uit Zuidhorn met een zoon van borgheer Bindervoet van Hanckema op eendenjacht. Zoekend naar een geschoten eend deden ze in de borggracht een lugubere vondst: een vrouwenlichaam.

Onderzoek

Het slachtoffer bleek de ruim zeventigjarige Aaltje Alles uit Noordhorn, die al vijf dagen vermist was. Toen op een ochtend de luiken voor de ramen van haar huis nog gesloten waren, vermoedden buren onraad. Ze troffen haar niet thuis en ontdekten dat allerhande zaken misten. Een zoektocht leverde niets op.

Op Aaltjes lichaam werd lijkschouwing en sectie verricht. De wonden waren haar vermoedelijk bij leven aangebracht. Uit kroos in haar maag bleek, dat zij levend te water was geraakt en verdronken. Vanwege sporen van geweld en diefstal werd een onderzoek ingesteld.

Getuigenverklaringen

De verdachte was ongeveer 28 jaar, klein van gestalte en met een pokdalig en ‘schraal’ gezicht. Na de vlucht uit Noordhorn en Zuidhorn probeerde hij de gestolen waar te slijten in Groningen: hij verkocht oorijzers aan een zilversmid en bood een winkelier andere spullen aan.

Vlucht en aanhouding

Op een gegeven moment herkende de Groninger schoenmaker Hendrik Groos de voortvluchtige, omdat hij met hem in de gevangenis had gezeten. Hendrik wist dat deze Jan Kwint daar uitgebroken was. Jan vluchtte; Hendrik waarschuwde tevergeefs de autoriteiten. Januari 1823 dook Jan op in Noord-Brabant, waar hij een tweede dodelijk slachtoffer maakte. Daarna vluchtte hij naar Hannover, om vandaar richting Groningen te gaan. Op 23 september werd hij bij de grens aangehouden.

Levensloop

Bij het proces ontrolde zich de geschiedenis van Jan Kwint. Hij was geboren in Groningen als zoon van een metselaar die later soldaat werd. Op tweejarige leeftijd overleed zijn moeder. Vader was als militair veel afwezig; anderen moesten kleine Jan verzorgen. In 1791 hertrouwde de vader; stiefmoeder verwaarloosde Jan, die geregeld op straat moest bedelen. In 1806 werd hij soldaat in dienst van Napoleon. Tijdens de veldtocht naar Rusland werd hij gevangen genomen.

In december 1814 deserteerde hij en daarna nog enkele malen. Daarvoor werd hij in 1819 veroordeeld tot drie jaar ‘kruiwagenstraf’, een soort dwangarbeid geketend aan een kruiwagen. Na zijn ontsnapping leidde Jan Kwint een zwervend bestaan. Met leugens, diefstal en moord voorzag hij in zijn levensonderhoud. Op 14 april 1824 eindigde hij aan de galg op een schavot op de Grote Markt.

Toeval

Aaltje was het slachtoffer van toevallige omstandigheden. Jan zocht onderdak in Noordhorn en Aaltje, weduwe, had een 'slaapstee' en kon wel wat geld gebruiken. Jan stal stiekem haar sieraden. Toen zij het geld voor kost en inwoning vroeg, zei hij dat niet te hebben. Aaltje zei te weten dat hij een deserteur was en dreigde hem aan te geven. Daarop ‘smoorde’ hij haar geschreeuw. Jan verklaarde dat ze nog leefde toen hij haar achterliet.

Door Albert Buursma

Bronnen: Cees Verhagen, Jan Kwint (Someren 2018). Groninger Archieven, Toeg. 141, inv.nrs. 2.5 & 6.84.