Ineke schrijft | Rotzooi en condooms

Ik zag ze al een tijdje staan in de brandgang achter ons huis. Opgeschoten jongens van een jaar of 15. Soms waren het er drie, soms wel tien. Midden op de dag of ‘s ochtends vroeg, niet echt een peil op te trekken.

Het is een vrij land dus liet ik ze een tijdje geworden. Tot het gangetje veranderde in een verzamelplek van lege milkshakebekers, plastic flesjes, blikjes, peuken en wietzakjes. Ik besloot de heren in de gaten te houden om ze aan te spreken op het moment suprême.

Dat was op een ochtend, iets later dan 8:00. Ondanks het gemurmel hoorde ik de baardige stemmen al vanaf een afstand. Dit keer waren het er twee. De ene zat op zijn schoolboeken onder een hoge conifeer. De andere stond met de rug naar mij toe. „Jongens, wat doen jullie hier?” opende ik. De zittende jongen keek omhoog. „Gewoon, wachten tot de school begint, sigaretje roken”, mompelde hij. „En dat sigaretje komt op de grond terecht?” reageerde ik. „Ja”, mompelde hij weer. „En die andere zooi?” Ik wees naar de steeg. Daar wisten ze niks van. „Het is wel veel, we ruimen het wel op.’’

Toen ik wegliep wist dat ik bij de twee te boek zou staan als een zeurwijf, in de volksmond vervangen door het ‘k’ woord. Straks op school zouden ze hun vrienden vertellen dat ze op zoek moesten naar een andere hangplek waar ze veilig hun peuk of joint konden roken. Toen ik een paar uur later weer keek was de rommel onaangeroerd.

Zooi op straat is hardnekkig en niet alleen te wijten aan de nonchalance van de jeugd. Bij de bushalte worden peuken ook door volwassenen uitgedrukt en niet opgepakt, terwijl de afvalbak binnen handbereik is.

De condooms, die ik laatst zag liggen op de stoep langs het politiebureau aan de Lindensteinlaan in Leek, waren voor mij een nieuwe openbaring. Die zou je toch meer verwachten in een bos of een afgelegen steegje? Maar dat zal wel teveel in de gaten lopen met kans op een heterdaadje. Door een postend zeik- alias k-wijf bijvoorbeeld.