Belevenissen uit het Gymnasium | Noordpool

Het is best een kunst in een groot gebouw als de Lindenborg een aangenaam klimaat te creëren. Ik durf rustig te stellen dat dat vaker niet dan wel lukt.

Op gewone dagen maken we de beste kans op normale temperaturen. Op koude dagen echter werkt de verwarming bij tijden onvoldoende mee en blijft het koud, op warme dagen blijken de kachels soms als gekken te staan ronken en moeten alle ramen open maar blijft het warm, op hete dagen koelt de airco maar een enkele graad en op kokende dagen kunnen we ons het allerbeste zeer gedeisd houden en betere temperaturen afwachten, omdat niets anders helpt. En dan heb ik het nog niet eens over praktische problemen als klassen van ruim 30 leerlingen die bij willekeurig welke temperatuur in een lokaal aan de arbeid zijn met gesloten ramen en dat je dan als vers van buiten komende docent je een weg moet snijden door walgelijke walmen en zweterige zwoelheid richting het raam om stank eruit en frisse lucht erin te laten.

Er zijn theorieën die beweren dat hersens het beste functioneren bij 16,6 graden. Ik zuig dit niet uit mijn duim maar haal dit uit welingelichte kringen via google (mijn zoekterm was ‘hersens functioneren temperatuur’). Er zijn vijf gunstige punten aan kou, zegt men daar: je slaapt beter, je metabolisme werkt beter, je verbrandt meer calorieën, je concentratie gaat erop vooruit en het is goed voor de huid. Zo. Dattutffweet!

Dus ’s ochtends in alle vroegte open ik minimaal de beide bovenramen in mijn lokaal, meestal volledig maar als er ijzige wind op staat, zet ik ze op een kiertje. Daarna rustig aan de ochtendkoffie en het buitenklimaat zijn werk laten doen. Wanneer de eerste les begint, is de afkoeling voldoende. Onlangs ving ik van een binnenkomende leerling de tekst op ‘we zijn weer op de Noordpool!’ Ach. Arm grut. Hebben ze al door de kou gefietst en hopen ze op een prettig snorrende kachel om koude handen en voeten tegenaan te schurken, maar vinden ze een lokaal dat de optimale hersentemperatuur bijna bereikt.

Te mijner verdediging voer ik hier aan, dat de gevoelstemperatuur vooral laag is als deur en raam tegen elkaar open staan. Wanneer de deur dicht is, wordt het niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk warmer in mijn lokaal.