Ruimte voor het verhaal achter de prestaties

REGIO - Elke maandag wordt de gloednieuwe sporttalkshow Sport Noord Café uitgezonden, gepresenteerd door Marijn de Vries. In de studio van Podium TV in Heerenveen blikt zij terug op het voorbije noordelijke sportweekend, samen met haar gasten.

Turner Epke Zonderland, oud-schaatsster Marije Joling en voetbaltrainer Tieme Klompe waren de gasten van de eerste drie uitzendingen.

In Sport Noord Café verwelkomt De Vries (40) sporters, trainers en coaches, maar ook bestuurders en journalisten. Elke week zit ook een van de sportverslaggevers van Dagblad van het Noorden of Leeuwarder Courant aan tafel. Samen wordt het sportweekend doorgenomen aan de hand van samenvattingen en reportages, maar vooral aan de hand van een goed gesprek. Elke maandag vanaf 17 uur is Sport Noord Café te zien op Ziggo kanaal 35, maar ook via de websites van Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden en Sport Noord.

Leuke klus, Marijn?

‘Ja, heel leuk! We hebben een prachtig decor, we zitten in een mooie, huiskamerachtige setting. Zo bespreken we het sportweekend, kijken we terug op bijzondere momenten en mooie prestaties. Podium TV doet namens NDC elk weekend, maar ook doordeweeks, verslag van heel veel sportwedstrijden, die we samen met de gast gaan analyseren en bespreken. Maar natuurlijk komen ook andere sportmomenten uitgebreid aan bod. We hebben ook een sportquiz met Thijs de Jong, een ruime samenvatting van de wedstrijd van de week en een bijzondere reportage. Ik vind het een eer Sport Noord Café te mogen presenteren. Ik ben zelf opgegroeid in Sleen en heb gestudeerd en gewerkt in Groningen. Ik schreef voor Dagblad van het Noorden veel over volleybal, maar ook over andere sporten. Mede daarom vind ik het ook zo leuk om terug te zijn.’

Je bent een profwielrenster geweest, je bent journalist en we zien je tijdens de Tour de France regelmatig als analist in de Avondetappe. Wat doe je tegenwoordig zoal nog meer?

‘Samen met mijn verloofde Frank organiseer ik fietsreizen, veelal in de buurt van Girona in Spanje. Ik ben regelmatig dagvoorzitter op congressen en symposia, ik schrijf columns voor Trouw en ik schrijf verhalen voor het sportmagazine Helden, ik ben ambassadeur voor verschillende organisaties en ik probeer ook nog een beetje te fietsen. En o ja, ik ben sinds anderhalf jaar moeder van Merel. Dat ook.’

Je bent zelf lang topsporter geweest. Helpt dat, denk je?

‘Ja, dat helpt. Ik merk dat sporters vaak weten dat ik profwielrenster was, dat ze het fijn vinden dat ik weet wat het inhoudt om aan topsport te doen, dat ik weet hoe het is om kapot te zitten. Of het helpt dat ik vrouw ben, dat weet ik niet. Misschien is het ijs wat sneller gebroken, maar dat kunnen mannen ook. Ik heb een paar jaar gewerkt voor het tv-programma Holland Sport, met Wilfried de Jong. Bij hem voelt elke sporter zich ook op zijn gemak. Ik heb altijd dat programma goed in het achterhoofd gehouden. Zo hoop ik gaandeweg het gesprek vooral de drijfveren van een sporter te ontdekken. Wat maakt nou dat je echt alles wilt opofferen voor een sport, waar je misschien niet eens van kunt leven? Of waarvoor je een studie moet laten schieten? Dat soort dingen.’

Je had in de eerste uitzending gelijk wereldkampioen Epke Zonderland als gast. Da’s al meteen een heel prominente. Wie wil je ook graag als gast?

‘Epke is natuurlijk direct al een van de grootste sporters die we in de drie noordelijke provincies hebben. Maar daarnaast is hij ook een sporter die heel goed nadenkt over zijn sport, maar ook over andere dingen. Dus we waren heel blij met hem. Een gedroomde gast is natuurlijk Arjen Robben. Daar zou ik misschien wel licht knikkende knietjes van krijgen, die zou ik heel graag willen spreken. Misschien iets bereikbaarder is Kim Polling, die ik lang geleden voor Holland Sport al eens interviewde. Dat lijkt me leuk. Of Kjeld Nuis, ook een razend interessant sporter. Maar onze gasten hoeven echt niet allemaal olympisch kampioen te zijn, hoor. Juist sporters die nog niet heel beroemd zijn, zijn vaak interessant. Die hebben nog een leven dat wat dichter bij de kijker staat, denk ik.’