De ‘Drachtster tramlijn’

LEEK Vorig jaar zijn nog enkele ongebruikte stukken spoorlijn ten westen van de Paterswoldseweg opgeruimd. Het waren de laatste restanten van de Drachtster tramlijn tussen Groningen en Drachten. Het ‘Philipslijntje’ deed meer dan 70 jaar dienst.

De NTM is een afkorting voor de Nederlandse Tramweg Maatschappij, opgericht in april 1880 door twee Belgen. In de daarop volgende jaren zou de NTM zich ontwikkelen tot de grootste vervoerder in de noordelijke provincies. Alleen al in Friesland had deze vervoersonderneming 175 kilometer stoomtramlijnen en 29 kilometer tracé voor de paardentram.

Er was nog enige concurrentie bij plannen voor aanleg van de tramlijnen Drachten-Leeuwarden en Drachten-Groningen. Die was van het Noord Nederlands Spoorwegcomité en een ‘burgemeestercomité’ van betrokken gemeenten. Deze beide comités voerden een openlijke machtsstrijd om de opdrachten te krijgen, maar de NTM haalde in 1907 als lachende derde de order binnen.

Na drie jaar voorbereidingen kon de aanleg beginnen. De NTM wilde beginnen met de lijn Drachten-Groningen. Daartegen volgde fel protest van de gemeente Leeuwarden, die vreesde dat hierdoor de handel van Drachten en omstreken zich op Groningen zou richten. Het Leeuwarder gemeentebestuur won en zo werd de lijn Drachten-Leeuwarden het eerst geopend, op 1 mei 1913. Drachten-Groningen volgde al op 1 oktober 1913.

Het tracé was als volgt: Drachten, Folgeren, Drachtstercompagnie, Luchtenveld, Nieuw-Trimunt, Marum Oost, Marum West, Nuis, Tolbert, Leek, Roden, Peize, Groningen NTM. Oorspronkelijk waren er maar liefst 47 stopplaatsen, waardoor een reis lang duurde.

Aanvankelijk leek de lijn Drachten-Groningen een groot succes te worden, maar er volgden moeilijke tijden. Vanaf 1900 werd de fiets een algemeen vervoermiddel. Omdat de tram wettelijk niet meer dan 15 kilometer per uur gemiddeld mocht rijden, ging een fiets bij goede weersomstandigheden ongeveer even snel; reizigers namen vooral bij slecht weer de tram.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er brandstofproblemen door kolenschaarste, maar na 1918 trok de economie aan en ging het beter. Vanaf 1917 mochten trams 35 rijden. De NTM deed dat pas in 1923. Rond die tijd werd de autobus een geduchte concurrent. Bovendien begon in 1929 de grote economische crisis.

De NTM voelde de bui hangen en begon zelf busdiensten. Dat was overigens pas in 1947, omdat de plannen waren vertraagd door de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin de tram wél veel reizigers had, wegens gebrek aan brandstof voor bussen en vordering van fietsen.

In oorlogstijd gebeurde nog een opmerkelijk ongeluk. De machinist had op 5 juli 1941 kennelijk niet goed in de gaten dat de brug over het Leekster Hoofddiep was opgedraaid. De stug voorttuffende tram moest uit alle macht remmen, maar te laat. De stoomlocomotief viel in het gat. Juist op dat moment passeerde een schip met zand, dat hierdoor zonk. Op 8 mei 1948 werd de lijn voor alle vervoer gesloten. Het vervoer op het tracé Drachten-Groningen werd overgenomen door de ESA; Elema en Stollinga Autobusdiensten.

Naderhand werd de tramlijn Drachten-Groningen weer in gebruik genomen voor goederenvervoer. Dat was vanwege de vestiging van een afdeling van het Philipsconcern in Drachten: de redding voor deze lijn. Zo kreeg deze verbinding ook de naam ‘Philipslijntje’. In de eerste helft van de jaren tachtig reed de tram nog dagelijks op dit tracé. De NS leed toen jaarlijks een miljoen verlies op deze lijn. Daarom kwam in 1985 kwam ook een einde aan het goederenvervoer, protesten van de provincies Groningen en Friesland ten spijt.

Op Koninginnedag volgde een laatste afscheidsrit onder de naam ‘Smallingerland Express’, georganiseerd door spoor- en tramfanaten (NVBS). Toch volgde in juni nog een allerlaatste rit door twee treinen, type Wadlopers, met schoolkinderen die deze rit allang hadden geboekt; de NS wilde hen niet teleurstellen.

Hoewel de spoorlijn in zijn geheel is opgebroken, zijn er nog sporen van in het landschap. Zo loopt het fietspad bij Marum vanaf de Noorderringweg tot de Parkweg in Opende langs de voormalige trambaan. Bij de Jilt Dijksheide, tussen Nieuw-Trimunt en Marum, ligt het schelpenfietspad op de vroegere trambaan. In 2013 is een diesellocomotief type NS 662 geplaatst bij de Philipsvestiging, vlakbij de vroegere spoorlijn, aan de Lange West in Drachten. De loc is eigendom van de Stichting Spoorverleden Drachten.

In deze rubriek vertelt De Verhalen van Groningen iedere maand een verhaal uit jouw regio. Benieuwd naar verhalen uit andere streken? Kijk dan eens op deverhalenvangroningen.nl/regio

Bronnen:

Hovinga (eindred.), Tolbert. Het Oalerliek Dörp (Tolbert, 1983).

De Rijke historie van Nietap en Terheijl.

Albert Buursma