Vragen over dwangsom Spar Aduard

LEEK/ADUARD De handhavingsactie van de gemeente Westerkwartier richting de Aduarder Spar-eigenaar Patrick de Groot is ongelukkig, meent VVD-fractievoorzitter Tanja Haseloop.

Vorige week ontving De Groot een brief van de gemeente. Daarin werd hem een dwangsom van 1000 in het vooruitzicht gesteld in het geval de Spar in Aduard opnieuw op zondag 'illegaal' open ging. Op grond daarvan besloot de eigenaar om zijn zaak afgelopen zondag dicht te houden. ,,Ik gun de gemeente dat geld niet'', reageerde De Groot.

VVD'er Haseloop vindt het onterecht dat de gemeente er met gestrekt been ingaat in deze kwestie.,,Overlast is er niet. Evenmin is de veiligheid in het geding. De dwangsom wordt slechts opgelegd om als gemeente geen gezichtsverlies te lijden’’, meent zij.

Volgens Haseloop is de actie strijdig met het zogenoemde dna (dichtbij, nuchter en ambitieus) dat Westerkwartier wil uitdragen. ,,Met zo’n actie kort na de aftrap is de toon in de nieuwe gemeente gezet. Dat vind ik heel jammer.’’

Haseloop meent dat de kwestie rond de zondagopening volledig los moet staan van andere zaken die de Spar-ondernemer aangaan. ,,Wethouder Pastoor en haar ambtenaar hadden in het gesprek dat zij vorige week donderdag voerden met de winkelier, de herinrichting van de Burgemeester Seinenstraat er niet bij mogen slepen. De gemeente heeft een monopoliepositie jegens ondernemers en inwoners. Van die afhankelijkheidspositie moet zij zich steeds goed bewust zijn in al haar contacten met ondernemers en inwoners. Ook als een ondernemer boos is, moet hij kunnen zeggen wat hij vindt.’’

In schriftelijke vragen aan B en W, schrijft de VVD’ster dat ondernemer De Groot het gesprek met wethouder en ambtenaar als intimiderend heeft ervaren. ,,Deelt u onze mening dat dit onwenselijk is?’’

Fractievoorzitter Rogier van 't Land van D66 vraagt woensdagavond tijdens de raadsvergadering al om opheldering aan B en W. ,,Kan de wethouder de suggestie gewekt hebben dat als de ondernemer zich nu niet voegt naar de gemeente, dat dit in toekomstige situaties nadelig voor hem kan uitpakken? Let wel, ik vraag niet of de wethouder zoiets bedoeld heeft, maar of de wethouder, terugkijkend, beseft dat zij die indruk gewekt kan hebben?''