Ineke schrijft | Zeikwijf

‘Wat een zooi buiten, ik ben dan best wel een zeikwijf hoor.’ Een vriendin uit het oosten van het land uitte haar ergernis in een whatsappje na een rondje wandelen op nieuwjaarsdag. Het toeval wou dat ik na een wandeling op 1 januari hetzelfde dacht. Overigens zonder mezelf in dit geval direct te bestempelen als zeikwijf.

Toch voel ik mij regelmatig een enorme zeikerd. Afgelopen week nog toen ik op ons terras overal zaagsel zag liggen wat door de regen was verpulverd. Dit was nadat ik een leeg melkpak op het aanrecht zag staan en verfrommelde chipzakjes op de grond had ontdekt. Het inwendige schelden (er was niemand aanwezig die mij aan kon horen) ging door toen ik het vuilnis buiten zette en ik op straat achtergebleven vuurwerkresten aantrof. In de wetenschap dat dit opvoedkundig totaal niet verantwoord is kon ik het niet laten om de rommel op te ruimen. Ik zag steeds meer liggen, er was geen beginnen meer aan, dus kapte ik er mee.

Ik nam een pauze met een kop koffie en greep naar het nieuwste boek van Paulien Cornelisse. De ontspanning was van korte duur want tijdens het hoofdstuk over defensief lachen zag ik vanuit mijn ooghoeken een ijsstokje op de bank liggen waardoor ik opnieuw in de mopperstand kwam. Ik was inmiddels ook al door de kerstboomellende heen gegaan en de naaldentsunami viel mij ook dit jaar weer zwaar.

Even later deed ik mijn beklag bij de verantwoordelijken voor het zaagsel en de vuurwerkzooi. Toen ik ze beiden kort daarna zag vegen voelde ik mij ergens toch een feeks die haar huisgenoten flink onder de duim heeft, die maar hoeft te piepen of ze springen in de houding. Het contrast met een respectabele vrouw werd ineens zo groot toen ik op Facebook adviezen over The Good Wife Guide uit de krant Houskeeping Monthly van zestig jaar geleden las. Ik citeer: ’Het doel van de vrouw is om het huis een plaats van vrede en rust te maken, waar je man zijn energie op kan laden. Val hem niet lastig met je klaagzangen en problemen.’ Ik hou het op nepnieuws.