Het Groninger paard werd gered op Nienoord

LEEK - Het Groninger paard was bijna uitgestorven. De laatste hengst werd van de slacht gered en naar Nienoord gebracht. Het was het nieuwe begin van het Groninger paard. Het Groninger paard was niet bepaald het enige dierenras dat bijna uitgestorven was.

Om zeldzame dierenrassen te behouden werd in 1976 de SZH opgericht. De Stichting Zeldzame Huisdierrassen. Burgemeester Th. Zwart gaf hen persoonlijk de gouden tip dat de laatste Groninger hengst naar de slager zou worden gebracht. Deze laatste Groninger hengst heette Baldewijn. Hij stond bij een hengstenhouder uit de omgeving.

En daar was Baldewijn eigenlijk onbruikbaar geworden, want het warmbloedpaardenstamboek had hem afgekeurd. De SZH aarzelde niet, en kocht Baldewijn in 1978. De foto toont Baldewijn op Nienoord in mei 1979, met zijn verzorger Piet Bos. Het duurde even, maar de SZH kreeg het toch voor elkaar: De minister greep in. En Baldewijn werd alsnog goedgekeurd om voor Gronings nageslacht te kunnen zorgen. Op 17 november 1979 stond in de Telegraaf de volgende advertentie: ‘Dit is een huwelijksaanzoek aan alle èchte Groninger merries. De bijna 17-jarige Groninger hengst Baldewijn, verblijvend op kinderboerderij Nienoord in Leek, zoekt langs deze hem onsympathieke weg zo snel mogelijk zo veel mogelijk vrouwen. Doel: veulens.’

Er kwamen inderdaad veulens. Maar omdat er maar zo weinig Groninger paarden over waren, moest Baldewijn huwen met familieleden. Het gevaar van inteelt lag op de loer, met negatieve gevolgen voor het nageslacht. In 1982 werd een nieuwe hengst naar Nienoord gehaald om het Groninger paard ‘nieuw bloed’ te geven. Deze hengst, Orlando, was een Deense Oldenburger. Deze Deense Oldenburger lijkt veel op het Groninger paard. De kunst was het om de raskenmerken van het Groninger paard zoveel mogelijk te behouden. Al met al werd het Groninger paard gered.

Albert Graansma