Een eigen familiewapen

LEEK - Het blijft tot nu toe een unicum: een familiewapen registreren met als helmteken een steigerend Fries en dus gitzwart paard dat op frisgroene graspollen staat.

Voor Gerrie Schievink (48) uit Leek is het een blik van herkenning. „Onze familie bestaat vanouds uit linnenwevers en landbouwers met een sterke voorliefde voor paarden. Een paard is een edel dier en mag geen honger lijden, het weiland hoort er symbolisch bij”. Voor het ontwerpen van het wapen deed hij een beroep op de erkende wapentekenaar Piet Bultsma uit Kollum. Diens roem snelde vooruit na het ontwerpen van wapens voor ook de huidige koningin Maxima Zorreguieta en haar kinderen. „Het is niet goedkoop, maar de waarde is ook niet in geld uit te drukken”.

In het familiewapen Schievink, met Achtkarspelen als bakermat, staat een zwarte jachthoorn met een geopende rode mond centraal als verwijzing naar Nordhorn als woonplaats van de oudst bekende stamvader. Hieronder sieren twee schuine zilveren weversspoelen het plaatje. Ze zijn met een gouden slingerend koord met elkaar verbonden en vormen via de ogen van de hoorn aan de bovenzijde hiervan een hart. „Ik heb daar drie zilveren munten aan toegevoegd met daarop een kroontjespen. Dat heeft deels te maken met mijn eerdere werk als financieel adviseur en met het ouderwetse schrijfwerk, je ruikt als het ware de inkt nog.”

Gerrie Schievink raakte al jong besmet met wat ze in Friesland het ‘sneupervirus’ noemen: sneupen of uitzoeken waar de familie van af stamt en hoe deze zich heeft ontwikkeld. Als 21-jarige kwam ik in contact met een familie in Boelenslaan die een doos vol informatie over de Schievinken had. Alleen konden zij er niet zoveel mee, omdat ze tot een andere tak behoorden. Het virus voor de sneuperij sloeg pas echt toe na een bezoek aan Duitsland. „Dan sta je daar opeens in de Schievinkstrasse. Later vang je verhalen op over grote en kleine Schievinken en zelfs over een burcht Het Schyvinck. Dan wil je natuurlijk meer weten”.

Voor Gerrie werd het duidelijk dat hij afstamt van Hendrik Schievink: een landbouwer en linnenwerver die in het Duitse Bentheim woonde. Deze huwde te Nordhorn met Mette Harmense. „Zijn zoon Derk trok rond 1794 naar de Friese gemeente Achtkarspelen.

Als zoon van Klaas Schievink en Riemkje Stelwagen kon Gerrie ruim voldoen aan het protocol voor de wapenregistratie. Als bewijs ontving hij in 2006 een ondertekende wapenbrief met stempel, een certificaat en een diploma. „Het eerste wat ik toen heb gedaan is mijn ooms blij maken met een kopie van het familiewapen in kleur. Het wapen mag worden gebruikt door degenen die de familienaam doorgeven en dus ook door mijn zoon. Vanuit het verleden maak je zo een stap naar de toekomst: je kunt iets moois nalaten”.

Onverwacht leidde de speurtocht ook naar verrassende ontdekkingen. Een ver familielid in Harlingen bleek eind 19 e eeuw met de noorderzon vertrokken te zijn. „Hij bleek ik Candada te zijn beland. Hoewel hij hier kinderen had, huwde hij daar opnieuw en zorgde hij ook daar voor nageslacht. Als nieuw inwoner moest hij zich daar laten inschrijven en zodoende is nu alles met documenten te bewijzen. Dit soort verhalen zullen er in meer families zijn. Het zijn uiteindelijk ook de verhalen, die het wapen en de familiesfeer kleur geven.”

Verkenningen in het Duitse Bimolten leverden nog een merkwaardige ontdekking op: een ‘ijzer’ voor de productie van wafels waarbij de naam ‘Schievink’ vanuit spiegelschrift in de eetwaar kon worden gedrukt. „Het is rond 1850 ooit een soort huwelijksgeschenk geweest. Ik raakte daar in gesprek met een vrouw van een jaar of negentig die als meisje op ‘het hof Klein Schievink’ had gewerkt. Toen een eigen wafel en nu een eigen wapen. Het blijft uniek”.