Jonge talenten op 't Sterrenpad in Nuis

NUIS - Iedereen is bezig. Niemand verveelt zich. De bezigheden variëren sterk: van koken en timmeren tot tekenen, gymnastiek en programmeren. De kinderen van ’t Sterrenpad in Nuis hebben zichtbaar schik in hun taak op vrijdagmiddag in een van de Talentenateliers.

De nieuwe onderwijsmethode bij de moderne Jenaplanschool mag zich in binnen- en buitenlandse belangstelling verheugen. Tweemaal per jaar komt een delegatie uit bijvoorbeeld de Sovjet-Unie of Japan langs en een tiental keren op jaarbasis een onderwijsploeg uit ons eigen land. Uniek in het concept is dat kinderen met een meervoudige handicap, die vanuit een andere stichting in hetzelfde pand dagopvang genieten, als niet-leerplichtigen bij deze onderwijsvorm meeliften en toch onderwijs genieten. Het gebouw is met de creatie van zogeheten middenpleinen architectonisch toegesneden op het makkelijk contact maken met elkaar. “Ik ben, zij zijn, we zijn samen”, geldt als uitnodigende tekst bij de hoofdingang van de school. “Niemand wordt hier uitgesloten”, geeft Julia Immenga (29) als touwtrekker van het onderwijsconcept Talentenateliers over de visie van de school aan. [caption id="attachment_44997" align="alignnone" width="270"]Een treincoupé als Talentenatelier met Julia Immenga zittend als toeziend passagier. Foto: Jelle Raap Een treincoupé als Talentenatelier met Julia Immenga zittend als toeziend passagier. Foto: Jelle Raap[/caption] Meesters en juffen zijn in deze constructie niet langer de docenten die bepalen wat de kinderen moeten leren. Julia noemt hen nu de begeleiders die als coaches lichtjes bijsturen. “De kinderen uit de bovenbouwgroepen geven op vrijdagmiddag zelf aan waarin ze zijn geïnteresseerd. De een wil bonbons in de keuken maken, een ander een kastje timmeren”. Van tractor naar robot Volgens Robert, begeleider bij Techniek, is het leren programmeren niet te hoog gegrepen voor zijn Programmeer atelier. Hij wijst op het verhaal van een jongen die thuis op de tractor via zijn vader al achterhaalde dat een tractor vooruit of achteruit rijdt bij het veranderen van de hendelrichting. “Een simpele aanwijzing voor ook het sturen van een robot”. Gaandeweg ontdekken ze zo achter de computer hoeveel stappen ze moeten zetten voor een meer ingewikkelde actie. De leervraag waarmee ze starten in hun atelier blijft overeind. “Zaak is dat ze al spelender- of werkenderwijs ontdekken waarin ze goed zijn”, vertelt Julia. “Zo leren ze hun eigen talenten kennen, maar ook de werkwijze. Het maken van fouten is daarbij de bedoeling, want juist daar leer je van! En, ze kunnen in de groep of alleen op zoek gaan naar oplossingen. Dat kan via google of vanuit boeken of via het bellen en bezoeken van bedrijven”. Op deze manier ontdekken ze zelf ook welke manier van leren bij ze past. Dat kunnen ze hun hele leven gebruiken. Foutmelding Wat ze in een Talentenatelier hebben aangeleerd en/of afgeleerd, mogen ze aan de groep presenteren. Dat kan via een PowerPointpresentatie, een toneelstukje, verhaal of aan de hand van een tekening. De kinderen wordt er weer uitdrukkelijk op gewezen dat je ook van fouten leert. Wat er mis is gegaan, zullen ze daarom in hun eindpresentatie juist benoemen waardoor ze ook nog van elkaars fouten leren. Zo valt in de Keuken soms op dat het afwegen van de goede hoeveelheden moeizaam verloopt. Hoe je dat prima oplost, mogen ze zelf achterhalen.”Rekenen op de ouderwetse methode kan voor sommigen soms vervelend zijn, omdat het klassikaal lesgeven voor de een te snel gaat en voor de ander te langzaam. Door bijvoorbeeld in een groepje de juiste hoeveelheid beslag af te wegen, leren ze van elkaar wat hiervoor de beste methode is. Ze zijn super gemotiveerd om dit aan de weet te komen, want de bonbons moeten wel oké zijn”. Op deze manier leren ze naast de methode rekenen soms al de helft! En dat scheelt weer met oefenen in de klas! In de toekomst kun je op die manier zelfs de methode los gaan laten en veel meer kijken naar wat elk kind persoonlijk nodig heeft om de basis van de basisvakken te beheerden. Interesse is energie Na drie jaar concludeert Julia dat het nieuwe onderwijsconcept het experimenteel stadium is ontgroeit. Ze trekt, gestaafd door praktische ervaringen, ook de conclusie dat de kinderen hierbij zowel sociaal als emotioneel sterker naar voren komen als bij het klassikaal onderwijs.”Ze leren omgaan met het organiseren en presenteren van iets voor zichzelf en voor een groep. Schroom is er niet. Iedereen durft. Dat is grappig te constateren. Het geheim schuilt hierbij vooral in de motivatie. Vroeger leerden wij veel wat we misschien helemaal niet wilden leren. Dan blijft er weinig hangen. De kinderen kunnen nu zelf aangeven wat ze willen leren en ontdekken achteraf ook hoe ze dit hebben gedaan. Dat hou je vast”. Een volgende stap kan zijn meer tijd voor ateliers en minder klassikaal onderwijs, dat zijn we aan het onderzoeken. Julia is hierbij geïnspireerd door algemeen directeur Wim Huiting die ontdekte dat de kinderen hun energie altijd willen richten op datgene waarin hun interesse ligt. “Het ondernemerschap bij hen wordt aangezwengeld. Je wilt iets? Regel het maar. Weet je iets niet, vraag dan iemand om hulp of raadpleeg google. Als het echt niet lukt, mag je ook ons vragen. Dat is wel de insteek. We laten niemand vallen van zoek het maar uit, maar vragen wel eerst zelf in actie te komen. De eigen verantwoordelijkheid staat centraal”. De onderwijsmethode is, zo ontdekken ook buitenlandse belangstellenden, toekomstgericht. “Bijna niemand heeft nu bijvoorbeeld een baan voor zijn leven. Dat betekent dat de nieuwe generatie zich meer flexibel dan ooit tevoren moet inzetten. Verandering van werk houdt in dat je nieuwe collega’s krijgt en dan moeten ook je sociale vaardigheden op peil zijn. Wat iemand voor baan heeft, is misschien over enkele jaren niet meer de vraag. Hoe organiseer je je werk? Ken je je zwakke en sterke punten? Kun je je goed presenteren? Heb je geleerd samen te werken?” Toekomst Het rekening houden met elkaar betekent ook dat ze oog en oor hebben voor degenen die in hetzelfde pand dagopvang genieten. “Iemand kan door een meervoudige handicap niet-leerplichtig worden verklaard, maar beschikt net zo goed over talenten. Kinderen ontdekken in elkaar vaak heel snel wat een ander goed of niet zo goed kan en hoe je hierbij behulpzaam kunt zijn. Door niemand uit te sluiten, wordt iedereen zoveel mogelijk betrokken. Dat schept ook een wederzijdse band”. In deze nieuwe eeuw moet dus ook het onderwijs veranderen. “We kunnen eventueel zelfs de reken- en taallessen over een tijdje geleidelijk loslaten. Door te toetsen per leerling welke onderdelen een leerling al beheerst en te kijken welke onderdelen je als leerkracht nog moet aanleren krijgt elke leerling veel meer onderwijs op maat. Ook geef je de leerlingen de kans om veel meer er achter te komen op welke manier ze leren en daar hebben ze samen met de basiskennis heel veel aan op de middelbare school en daarna! Alle stamgroepen van de circa tweehonderd leerlingen tellende school komen in aanmerking voor de Talentenateliers. “Samen maken we er een fijne school van”. Ouders kunnen daarover meepraten, want ze mogen ’s ochtends tot negen uur aan dezelfde stamtafel koffiedrinken waar het onderwijzend personeel later vergadert. “Bij de bouw van de school zijn er geen hallen ingepland, maar middenruimtes die als een soort dorpsplein fungeren. Een heerlijke keuze. Op een plein heerst er altijd levendigheid. We blijven bezig”. Tekst: Jelle Raap