Jeugdzorg wacht warme zomer en hete herfst

GRONINGEN De jeugdzorg in Groningen wacht een warme zomer en een hete herfst. Met name voor de kleinere zorgaanbieders breekt een onzekere periode aan. De organisatie van de jeugdzorg gaat drastisch op de schop.

Gemeentebestuurders en (de meeste) zorgbestuurders houden de kaken stijf opelkaar en Groninger raadsleden blijken amper op de hoogte van de stand van zaken op dit moment. Uit een afgelopen najaar verstuurd memo van de gemeente Hogeland valt echter op te maken dat de gemeente Groningen onder leiding van wethouder Isabelle Diks voor de muziek uitloopt. Andere gemeenten maken zich zorgen over het tempo waarin en de manier waarop GroenLinks-wethouder Isabelle Diks de jeugdzorg opnieuw wil inrichten. Diks is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen, een samenwerkingsverband van gemeenten dat de jeugdzorg in goede banen probeert te leiden.

Onder aanvoering van Diks proberen de Groninger gemeentes een oplossing te vinden voor de uit de pan rijzende kosten van de jeugdzorg. De rijksoverheid heeft de jeugdzorg enkele jaren geleden overgedaan aan de gemeentes. Het systeem is nu zo dat iedere hulpverlener (-sinstantie) die aan de voorwaarden voldoet een contract krijgt met de gemeente. Zorg die vervolgens wordt aangevraagd moet door de gemeente betaald worden. Om een indruk te krijgen van het soort zorg waarvoor de gemeente nu verantwoordelijk is: die varieert van bijles voor kinderen met dyslexie tot acute hulp aan jongeren met zware eetstoornissen of suïcidale neigingen. De aanbieders variëren van zzp-ers tot grote zorginstellingen als Accare, Molendrift, Elker, Lentis, Cosis en Ambiq.

De gemeenten zijn nu naarstig op zoek naar een oplossing waarbij de hulp aan kwestbare kinderen geborgd is, zonder dat de kosten uit de klauwen blijven lopen. Die zoektocht gaat niet vanzelf, zo valt op te maken uit een memo van het gemeentebestuur van de gemeente Hogeland aan de raadsleden. De gemeente Groningen wil een flink deel van het zorgbudget beleggen bij de grote instellingen, die vervolgens (voor de lichtere zorg) contracten aangaan met kleinere zorgaanbieders. Maar andere Groningse gemeenten, waaronder Hogeland, hebben grote twijfels, zo blijkt uit het memo: ‘we hebben onze zorgen geuit over mogelijk ongewenste effecten (...) namelijk een te verwachten verschraling van het zorglandschap, de samenwerking in de regio en ook de financiële consequenties’.

Het memo verwijst naar een onderzoek naar de kansen en de risico’s van het model dat door de gemeente Groningen wordt gewenst. De gemeente Groningen weigert desgevraagd het rapport vrij te geven ‘omdat het verstrekken ervan de onderhandelingspositie ten opzichte van de jeugdhulpaanbieders benadeelt’.

Er is nog een ander heet hangijzer, blijkt uit het memo: ‘over het tempo van invoeren wordt verschillend gedacht’.

Tot zo ver het gesteggel tussen de gemeenten, waarbij in elk geval de gemeente Groningen met een beperkt aantal hoofdaannemers wil werken terwijl andere Groningse gemeentes, waaronder Hogeland, beren op de weg zien en waarbij over het tempo verschillend wordt gedacht. Wat vinden de grote instellingen er eigenlijk van? Directies laten via de voorlichters weten ‘in dit stadium’ geen commentaar te willen geven. Een directeur die wel aan de telefoon komt, zegt dat het ‘heel gevoelig en precair ligt’ en dat de instellingen in gesprek zijn met de samenwerkende gemeenten. Een brief die Accare, Molendrift, Elker, Lentis, Cosis en Ambiq recent aan de gezamenlijke gemeenten hebben gestuurd over de kwestie, weigert de gemeente Groningen vrij te geven.

Wieteke Beernink, bestuurder van Accare is iets opener. Zij vindt het nog te vroeg om over bekostigingsconstructies te praten. Haar analyse is duidelijk: ,,Er is een overload aan aanbieders. Alleen in de provincie Groningen gaat het om honderden. Dat heeft geleid tot wildgroei en enorme kosten.”

Hoe die kosten in de hand te houden? Wat haar betreft komt die vraag te vroeg. ,,De eerste vraag is hoe we het jeugdzorglandschap in willen richten. We hebben gezegd dat het belangrijk is hoe je dat inricht. In het verlengde daarvan ligt de vraag: hoe moet de inkoop geregeld worden. En dan kun je zien welk tempo je kunt maken.”

Bram Hulzebos