De wederopbouw - Historisch Correct

Na de oorlog en de bevrijding kwam de wederopbouw. Alles wat kapot was moest vernieuwd worden. Alles wat schaars was werd verdeeld. Op de foto uit 1948: De eerste naoorlogse vrachtauto van Jan Homan. Hij kon de auto (pas) in januari 1946 kopen nadat hij daar een toewijzing voor had gekregen. Het is een Chevrolet uit 1939. Met een open aanhanger, de zogenaamde ‘korre’.

De ‘korre’ was opgebouwd op de assen van een eerdere vrachtauto van Homan. Jarenlang had Homan het werk gedaan met deze ‘korre’, met 2 paarden ervoor. Jan Homan was bepaald niet de enige ondernemer uit Leek die soms last had van het naoorlogse regeringsbeleid. Dat beleid was er op gericht om de voedselvoorziening veilig te stellen om het herstel van de economie zo soepel mogelijk te laten verlopen. De regering volgde daarom tot halverwege de jaren 50 een prijs- en productiepolitiek.

Opdringende bepalingen van ambtenaren

Op 9 juli 1947 kwamen kruideniers uit de provincie Groningen en Drenthe in de Stad (Groningen) bijeen. Als eerste spreker trad daar op de heer Fokke Klijnsma. Een zelfstandige kruidenier uit Leek. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden nam Klijnsma bepaald geen blad voor de mond. Hij zei bijvoorbeeld: ,,De kruideniers moeten wel een ‘neen’ roepen tegen de steeds opdringende bepalingen van ambtenaren der prijsbeheersing, die volgens spreker op soms kinderachtige wijze op het gebied van prijsaanduiding optreden en welke naar de Sicherheitsdienst beginnen te ruiken.’’

De Sicherheitsdienst was, voor wie het niet weet, de inlichtingendienst van de Nazi’s. Ferme taal dus. De kleinere ondernemers leken toch wel het meeste last te hebben van deze ‘geleide economie’. En in Leek waren vooral kleine ondernemers. Nog rond 1950 waren er in de gehele gemeente Leek slechts zes bedrijven met meer dan tien werknemers. Dat waren de zuivelfabrieken van Tolbert en Zevenhuizen; de strokartonfabriek van Oostwold en de vleeswarenfabriek, de touwslagerij en de drukkerij van Leek.

Overschot aan landbouwarbeiders

Veel mensen in het Zuidelijk Westerkwartier werkten in de landbouw. Op kleinschalige bedrijfjes. Mede door de politiek en verdergaande mechanisatie kwam aan het licht dat met name in het Zuidelijk Westerkwartier eigenlijk een overschot was aan arbeiders in de landbouw. Vanuit de regering werd de herstructurering van de landbouw dan ook gekoppeld aan het verbeteren van de industriële structuur. In de praktijk betekende dat voor Leek: eerst technisch onderwijs en daarna veel werkgelegenheid in de nieuwe industrieën. Het bedrijf van Jan Homan groeide uit tot het transportbedrijf dat iedere (oud) Leekster kent.

Albert Graansma