Samen - Herinneringen aan het gymnasium

Bij de leerling die ik nu in gedachten heb past ‘stoer’ het beste, een stoere knul die zelfverzekerdheid uitstraalt die hij vermoedelijk niet altijd zal hebben gevoeld, maar wie weet?

Goeie gesprekspartner ook, bij de mentor-leerling-contacten. Bij tijden balanceerde hij op de rand van doubleren, terwijl dat maar mijn overtuiging niet nodig zou zijn, een feit dat ik hem zo nu en dan onder de aandacht bracht. Een beetje harder werken, een tikkeltje meer aanpakken en hij zou gewoon zijn doorgestroomd naar klas 4. ,,Komt goed mevrouw!”, hoorde ik dan, ,,komt helemaal goed”. Nee dus: hij moest toch klas 3 overdoen. Een teleurstelling voor hem en voor mij, maar in de nieuwe klas werd het binnen de kortste keren een succeservaring: zijn werkhouding veranderde radicaal van gemakzuchtig te laat echt beginnen naar steeds goed aan het werk. De verklaring? Hij werd verliefd op een klasgenootje, een meisje dat hij anders niet of alleen op de gang zou hebben ontmoet. Het één had met het ander te maken!

In dromen verzonken en hevig verstrooid

Zij was net als hij een pientere puber, maar ze was voortdurend een beetje in dromen verzonken en hevig verstrooid als het op bijvoorbeeld in- en uitpakken aankwam of op onverwachte vragen beantwoorden. Regelmatig was haar reactie, als ik ineens iets over de leer- of maakstof vroeg ,,…hm, wat, waar…? Ehm…?”. Het boek, als het goede al op haar tafel lag, was dan nog niet open op de juiste pagina en naar het schrift met antwoorden werd verder gezocht. Dit alles veranderde radicaal toen hij in haar leven kwam.

Hand in hand en kin aan kin

Gangbaar zitten meisjes niet naast jongens in de onderbouw, dat willen ze nog niet. Zij zaten echter al snel naast elkaar en dat was helemaal prima. Hij pakte voor haar de juiste spullen uit en zocht de goeie bladzijde, hij tikte haar aan als er opgelet moest worden, ze zaten bij luisterdelen stiekem hand in hand en bij zelfstandig werken waren ze kin aan kin aan de arbeid, samen kijkend in één boek en na overleg allebei de uitwerking in hun eigen schrift schrijvend. Een aandoenlijk gezicht. Als de bel ging en er ingepakt moest worden, ruimde hij eerst snel zijn eigen spullen op en hielp haar daarna met veel geduld. Aandoenlijk allemaal, ik zei het al.

Na het eindexamen was ineens de verkering uit. Ik was er ook een beetje verdrietig over…