Open Monumentendag toch goed bezocht

LEEK In maar drie gemeenten in de provincie Groningen vond de Open Monumentendag plaats, het Westerkwartier deden maar liefst 28 monumenten mee. Natuurlijk was het Joodse Schooltje, de verse winnaar van de Steunpilaar van de partij! Molens, kerken, borgen, een jubilerend gemaal, boerderijen, museaen een oud raadhuis waren van de partij!

Ook dit jaar vond in de Gemeente Westerkwartier weer de jaarlijkse Open Monumentendag plaats, zoals gebruikelijk op de tweede zaterdag van september. De organisatie van de dag berust bij het bestuur van de Stichting Open Monumentendag Gemeente Westerkwartier, maar in feite wordt de Open Monumentendag vooral mogelijk gemaakt door de vele vrijwilligers die de monumenten openstellen en bezoekers ontvangen, rondleiden en ter plekke van informatie voorzien.

Mensen op verantwoorde wijze ontvangen

De Gemeente Westerkwartier kent een groot aantal rijksmonumenten en een kleiner aantal gemeentelijke monumenten. Vanwege de maatregelen rond het coronavirus deden er dit jaar helaas minder monumenten mee dan vorige jaren. Sommige monumenten zagen simpelweg geen mogelijkheid om corona-maatregelen toe te passen, andere zijn ook te klein om mensen op een verantwoorde wijze te kunnen ontvangen. De opkomst was, ondanks het corona-virus toch ongeveer zo’n 50 procent van de opkomst van vorig jaar, ondanks dat er nu veel minder activiteiten waren.

De Waterwolf

De expositie over de historie en werking van het dit jaar 100 jaar oude gemaal De Waterwolf werd goed bezocht. Tussen 1918 en 1920 is het boezem-gemaal gebouwd op een landtong die het Kommerzijlsterriet scheidde van het Reitdiep. Het boezemgemaal was destijds, samen met het Woudagemaal bij Lemmer, het grootste in Europa. Het werd op 5 november 1920 officieel door Koningin Wilhelmina geopend. De Waterwolf werd verantwoordelijk voor een goede en vooral beter te reguleren afwatering tot op de dag van vandaag. Het gemaal, in de volksmond ook vaak Electra genoemd, bevat nu vier enorme schroefpompen met grote dieselmotoren. De motorenfabriek van Brons te Appingedam leverde indertijd de vier dieselmotoren, wat het einde betekende van de elektrische aandrijving van De Waterwolf.