Niets

Corona-onderwijs komt me de neus uit, ik biecht het hier eerlijk op en het zal amper nieuw zijn voor uals trouwe lezer, denk ik zo. Het betekent immers: geen onderlinge ontmoetingen op school, geen sappige scènes uit lessen, geen leuke lolligheden of aardige akkefietjes met of tussen leerlingen en/of collega’s waar leuk over geschreven kan worden... Geen intrinsieke inspiratie dus voor schoolse stukjes. Niets. Helemaal Niets.

In de afgelopen weken kwam ik zo nu en dan op school om mijn examentoets in klas 6 te surveilleren, een gemaakte inhaaltoets te halen ter correctie, iets uit te printen dat ik alleen in de schoolcomputer had staan, een leesbare scan te uploaden... Dat soort zaken. Ik betreed dan een maagdelijk schoolterrein waar een enkele fiets doet vermoeden dat er misschien iemand binnen is. In de hal kom ik inderdaad een verdwaalde conciërge tegen met wie ik keurig op anderhalve meter even bijpraat. Verder is het stil en leeg. Gangen die gangbaar gonzen van geluid zwijgen nu, duistere lokalen verraden verlatenheid, overal onwezenlijke stilte...

Noodzakelijke klusjes

Ik voer vlot het noodzakelijke klusje uit en weet niet hoe snel ik deze Lindenborgleegte weer achter me wil laten. Want er is Niets. Helemaal Niets. Ik mijmer even door over het begrip “Niets”, waar ik binnenkort een naar verwachting moeilijk -mogelijk zelfs voor mij in het geheel niet! -te snappen boekje getiteld “Niets” over ga lezen van Frank Close, hoogleraar theoretische Natuurkunde aan de Universiteit van Oxford.

Rustgevende gedachte

Ik probeer mijn horizon wat te verbreden onder het mom “je bent nooit te oud om te leren” en stort me sinds kort als echte alfa op het zware bètawerk: sterrenkunde, krommingen in tijd en ruimte, supernova-explosies, parallelle universa, zwarte gaten...en dus ook het Niets. Op de achtergrond overheerst de rustgevende gedachte dat ik er geen examen over hoef te doen en dat het dus niet erg is wanneer ik er Niets vanbegrijp. Het Niets van de natuurkunde zal me vast ontgaan, het Niets van een coronaschool vat ik volledig. Het doet een beetje zeer: een school hoort een bruisende bron van leven en lawaai en gekwek en gelach en enz. te zijn. Misschien vandaag, als u deze column leest en de school voor het eerst in elf weken de deuren weer op een kiertjeopen zet? Want eigenlijk mag alleen in de zomervakantie suizende stilte heersen.

Anneke de Vries is docent Klassieke talen aan de Lindenborg in Leek. Tweewekelijks schrijft ze een column voor deze krant.