Aed-netwerk Groningen komt met sleuren en bedelen tot stand: 'Eigenlijk is het van de zotte'

Stapje voor stapje verschijnen steeds meer Automatische Externe Defibrillators (aed’s) aan de muren van dorpshuizen, bedrijven en particulieren, levensreddende apparaten die dag en nacht bereikbaar zijn. Vanzelf gaat het echter niet: het is sleuren en schrapen om een dekkend netwerk én voldoende opgeleide vrijwilligers te krijgen.

Het was een paar weken geleden flink schrikken voor een ploegje badmintonners in de sporthal van Scheemda. Tijdens het pluimpje tikken kreeg één van de spelers in de vriendengroep een hartstilstand. De aanwezige aed werd uit de kast getild. Daarmee kan een schok gegeven worden aan het hart, waardoor het weer gaat kloppen.

Het apparaat werd al snel opzij gelegd: ze kregen het niet aan de praat. Vanuit de meldkamer kregen de sporters telefonisch instructies over het geven van hartmassages.

‘Reanimeren is meer dan drukken en blazen’

Heel goed dat ze niet zijn gaan stoeien met de aed, zegt Thom Heemstra van Stichting Groningen HartVeilig. „Dat zou verloren tijd zijn.” De casus kent hij niet, maar over het algemeen geldt: „Mensen die geen ervaring hebben, kunnen in paniek raken.”

Daarom biedt de stichting uitgebreide trainingen voor het omgaan met de aed: „Reanimeren is niet alleen drukken en blazen. Het is ook zorgen voor een veilige omgeving en de familie.”

De stichting heeft als doel een dekkend netwerk te creëren van aed’s die 24 uur per dag bereikbaar zijn met vrijwilligers die weten hoe ze de aed’s moeten bedienen. Via een app of sms worden vrijwilligers gealarmeerd als iemand een hartstilstand heeft, zodat de benodigde kennis binnen zes minuten aanwezig kan zijn.

Er staan nu 10.000 getrainde vrijwilligers op papier (‘daar zijn we trots op’) en een aantal gemeenten zoals Appingedam en Stadskanaal, ‘is heel hard aan het trekken’ vertelt Heemstra. Toch gaat het creëren van een levensreddend systeem met horten en stoten: een aed in een buitenkast ophangen kost zo’n 1500 tot 3000 euro. Dat is exclusief het onderhoud en de training van vrijwilligers.

Bedelen

Dat het allemaal niet vanzelf gaat, beaamde de inmiddels afgetreden waarnemend burgemeester van Stadskanaal Froukje de Jonge vorige week. Zij noemde het rond krijgen van de financiering van het AED-plan in haar gemeente ‘bedelen’ voor iets wat relatief gezien in het grotere plaatje niet veel geld kost. „Menzis ziet dat en betaalt mee.”

Geld voor aed’s en cursussen binnenhalen gebeurt zonder structuur: „Soms wordt het bij elkaar gehaald door een sponsorloop, soms door bedrijven, een buurtgroep of betaalt de gemeente het”, ziet Heemstra. „Idealiter zou het vanuit een entiteit moeten komen. Zoals het Rijk of de zorgverzekeraar. Het is eigenlijk van de zotte. De verantwoordelijkheid ligt ook lastig. Wie maakt zich er hard voor?”

Blijven trekken

Veel aed’s hangen nu nog binnen bedrijven, kerken en sportscholen. Heemstra pleit ervoor ze naar buiten te verplaatsen en aan te melden op het netwerk. Nu is de dekking nog onvoldoende, weet hij, zowel in vrijwilligers als apparatuur. „Vooral in de kleine kernen is onvoldoende bezetting. Het zijn plekken die amper of niet voorzien zijn. Of soms hangen ze er wel, maar zijn ze niet aangemeld.” Dat geldt ook voor de randen van de stad.

Het blijft trekken voor de stichting, niet alleen voor het uitbreiden van het netwerk, maar ook voor het behoud. Aed’s verjaren en vrijwilligers hebben bijscholing nodig. „Wij kunnen niet stilzitten.”