AZ voorbeeldclub af | column Buitenspel

AZ beleeft hoogtijdagen. Tenminste, als we de ellende met het deels weggewaaide, naar blijkt slecht geconstrueerde stadiondak buiten beschouwing laten.

Ondanks een redelijk bescheiden achterland is de club uit Alkmaar een vaste bespeler van de subtop geworden. Het ene na het andere grote talent breekt door. AZ is hofleverancier van Jong Oranje en is ook in jongere nationale jeugdteams sterk vertegenwoordigd. En dat met voornamelijk spelers die bij amateurclubs uit de eigen regio zijn gescout en die niet - zoals veel jeugdinternationals van Ajax, PSV en Feyenoord - bij andere profclubs voor een kleine opleidingsvergoeding zijn weggekocht. Met andere woorden de ‘OTW’ van AZ, de door opleiding toegevoegde waarde aan talent is groot. Misschien wel groter dan die bij de topclubs. Niet voor niets heb ik ooit AZ een club genoemd waaraan FC Groningen een voorbeeld kan nemen. In veel opzichten doet de Trots van het Noorden dat de laatste jaren ook.

Maar toch is het beter om AZ niet in alle opzichten te volgen. Onlangs maakten de Noord-Hollanders de financiële cijfers over het seizoen 2018-2019 bekend. Dat leverde op het eerste gezicht een florissant beeld op. AZ meldde trots een netto winst van 8 miljoen euro te hebben gemaakt. Nadere inspectie van de cijfers geeft een minder rooskleurig beeld. De omzet blijkt met een ton te zijn gestegen naar ruim 25 miljoen, maar de uitgaven naar bijna 40 miljoen! De 8 miljoen winst was bijna in zijn geheel toe te schrijven aan de transferwinsten op Weghorst en Jahanbakhsh. Oftewel het begrotingstekort van AZ bedroeg ruim 50%. Dat gaat goed zolang het goed gaat...