Westerkwartiertje: oud-gemeentesecretaris Jan Jellema

WESTERKWARTIER - Grootegast, Leek, Marum, Zuidhorn en drie dorpen in de voormalige gemeente Ezinge vormen sinds januari de gemeente Westerkwartier. Deze krant volgt de herindeling op de voet. Deze week: de Marumer oud-gemeentesecreteraris Jan Jellema (65).

U was 46 jaar in dienst van de overheid en acht jaar gemeentesecretaris. Daaraan kwam per 1 januari een einde. Hoe was dat?

,,Ik raad iedereen aan om vooral niet in de winter met pensioen te gaan. Tot en met december had ik het razend druk. Ineens was mijn mailbox per 1 januari leeg. Om aan een ander leven te beginnen, moet de knop om. Dat duurde bij mij een paar maanden. Gelukkig heb ik nu volop andere zaken waarop ik m'n energie kan richten.”

Waar was u in de nadagen van de gemeente Marum zo druk mee?

,,Een paar cruciale dossiers voor Marum wilden wij zo goed mogelijk afronden. Dan denk ik aan het centrumplan, het integraal kindcentrum en zorgcentrum De Hoorn. Financieel panklaar hebben wij die dossiers overgedragen aan de gemeente Westerkwartier. Het lijdt voor mij geen twijfel dat het uiteindelijk goedkomt met deze plannen. Maar helaas: helemaal onbezorgd ben ik hierover niet.”

Wat baart u zorg?

,,De nieuwe gemeente profileert zich als dichterbij, nuchter en ambitieus. Na vijf maanden vind ik dat die ambitie iets beter zou kunnen. Als burger op afstand zie ik er althans wat te weinig van. Met name op het gebied van de komst van het IKC in Marum en de toekomstige nieuwbouw van De Hoorn is het al een paar maanden oorverdovend stil. Dat is riskant. Het gevaar hiervan is dat andere betrokken partijen weghollen die je echt hard nodig hebt om de plannen te kunnen realiseren. Al op korte termijn moet Westerkwartier hiermee aan de slag.Het vliegt ze allemaal echt niet aan hoor.”

Hoe verklaart u die stilte rond de Marumer projecten?

,,Om ambitie te kunnen tonen, moet de gemeente intern haar zaken op orde hebben. Daar ontbreekt het nu nog aan. Bijvoorbeeld op gebied van financien: er zal bezuinigd moeten worden. En ik weet: het is vloeken in de kerk. Maar misschien moet de ozb wel fors omhoog. Daar komt bij dat nog niet alle ambtenaren op de juiste plek zitten. Twintig tot dertig procent voelt zich op haar huidige werkplek niet senang. Ook dat vraagstuk vraagt om een oplossing.”