Fredewalda houdt dorpshistorie in ere

TOLBERT – ,,Als ik nog een paar foto’s had, kon ik het hele dorp aan elkaar plakken.” Met ansichtkaarten uit de oude doos op rij beeldde Bralt Hovinga (81) in de jaren zestig Tolbert voor zichzelf op miniformaat uit. ,,Het hele dorp bestond uit acht foto’s.” De cultuur en historie van het oudste dorp van Vredewold is onderhand een kwart eeuw het fundament onder de Stichting Oudheidkamer Fredewalda Tolbert.

,,Dé grote aanleiding voor de stichting”, zo illustreren Stoffer Frieso (67) en Simon Riepma (67) in een terugblik, ,,was wel het ongemerkt verdwijnen van historische goederen uit het dorp. Nadat kapper Heuker hier zijn zaak sloot, kwam de complete inventaris ter beschikking. Omdat het historische kappersmeubel ook dreigde te verdwijnen, was dit een reden om hier een stokje voor te steken. En deze werd gelukkig voor het dorp behouden.”

Eerste fotocamera

Veel eerder al bouwde Bralt Hovinga zijn verzamelhobby uit, nadat hij rond 1962 zijn eerste camera aanschafte. ,,Met eigen foto’s kon ik het straatbeeld mooi aanvullen. Het was in een tijd dat er nog erg weinig op foto’s werd vastgelegd.” Hij legde zich daarnaast toe op het verzamelen van knipsels uit oude kranten en tijdschriften over specifiek Tolbert. In 1980 werd het dorpsarchief Tolbert opgericht. Door de gemeente Leek werd 10 meter archiefruimte in de kluis van het gemeentehuis ter beschikking gesteld. Veel historisch materiaal kon hij in 1983 dankbaar gebruiken voor het boekwerk ‘Tolbert – Het Oalerliek Dȍrp’. De vraag drong zich toen al op om iets permanent te hebben voor het tentoonstellen van de eigen geschiedenis. Nog aldoor verbaast Bralt Hovinga zich over de snelheid waarmee een verzameling kan uitdijen. ,,Het is met één foto begonnen als een gewoon leuke hobby. Voor ik het wist, stonden er bij ons thuis wel honderd archiefdozen vol materiaal op de vliering.”

Houten banken

Geleidelijk omvatte het dorpsarchief meer dan foto’s en knipsels. ,,Je krijgt eens een tramkaartje onder ogen met de vermelding van Tolbert als station. Bingo natuurlijk.” Hovinga toont een tramkaartje 3e klas van Drachten-Groningen dat als C6493 ooit voor f 1,20 (€ 0,54) is verkocht. ,,Het bestaan van de tram is typerend geweest voor een bepaalde tijd. Vanuit Groningen kon je begin vorige eeuw via Tolbert naar Drachten. Iemand die derde klasse reisde, zat op houten banken.” Gaandeweg is de unieke collectie aangevuld met schoolmateriaal. De lesboekjes van M.B. Hoogeveen die als uitvinder van het leesplankje ook in Tolbert generaties aan zich heeft verbonden, ontbreken hierbij niet.

DNA

Geboren aan de Hoofdstraat 33 heeft Bralt Hovinga zich altijd verknocht gevoeld aan Tolbert, evenals Stoffer Frieso die in dezelfde straat op nummer 30 het levenslicht zag. Het gevoel bij het dorp te horen, is ook voor de geboren Middelstumer Riepma snel eigen geworden na het betrekken van een woning hier in 1974. ,,Als één gevoel hier overheerst, dan is het wel dat je bij een probleem er met elkaar moet proberen uit te komen”, aldus Riepma over het DNA van het dorp. Bij de dreiging dorpshistorisch materiaal te verliezen, werd na de start van een werkcommissie in 1992 deze dan ook snel omgeturnd tot een stichting. Naast de leden van de voorbereidingscommissie Meindert Rozema, Louwe Mulder, Bralt Hovinga en Harke Meek. namen Jaap Balkema (voorzitter), Greet Atsma en Simon Riepma zitting in het bestuur hiervan. ,,Als het echt spannend wordt in het dorp, dan staat Tolbert z’n mannetje”, zo omschrijft Hovinga de inzet van de dorpelingen. ,,Ze zijn zelf niet zo van de kerk, maar ze moeten niet aan de kerk komen. Tolberters zijn over het algemeen vriendelijk en tolerant. Maar bij zaken zoals bijvoorbeeld het behoud van de Poiesz zijn ze volhardend.”

Kostbaarste

Met het openen van de CazemierBoerderij, waarin naast de Oudheidkamer een Dorpshuis is gehuisvest, beschikt de stichting sinds een handvol jaren over een unieke locatie. ,,Dit rijksmonument”, zo vertelt Riepma in een van de voorkamers, ,,is het grootste en meest kostbare bezit van ons.” Bralt Hovinga kwam er als jongetje geregeld om de ‘lichte koeien’ van de familie Cazemier met de hand te melken. De tentoonstelling is te zien in de CazemierBoerderij.