AVG paniek

In de vorige eeuw werkte ik op een plek waar sexueel getinte opmerkingen de werkvloer dagelijks beheersten. De mannen gingen tot in detail los over hun spectaculaire sexfantasieën en alles werd dubbelzinnig uitgelegd, plat en barbaars.

Als vrouw had je twee keuzes : of je onderging het of je deed er aan mee. Mocht je eens in opstand komen dan werd er gezegd :’Jij hebt toch ook broers?’ Dan ben je vast wel wat gewend’. Ik was begin twintig en niet tegen dirty talk opgewassen. Later hoorde ik dat anderen ook last hadden van het gedrag van hun mannelijke collega’s, maar toen het speelde was het niet bespreekbaar. Niet zo vreemd omdat de chef van het spul de grootste mond had en de toon zette in het geheel.

In die tijd werd het beleid op seksuele intimidatie opgenomen in de arbeidsomstandighedenwet, dus kon ik mij daar op beroepen als ik last had van gore taal. Maar eigenlijk had ik daar schijt aan omdat ik vond dat de kerels sowieso moesten stoppen met hun haantjesgedrag, ongeacht het nieuwe beleid.

Soms is het nodig om beleid te maken om burgers tegemoet te komen of te beschermen. Maar dat beleid kan ook vaak reden zijn voor paniek. Neem de AVG maar eens. Sinds de aanscherping van de wet schiet half Nederland in de stress en denken we dat we geen foto’s meer mogen maken en publiceren. Ook zijn er mensen die nooit problemen hadden met foto’s en die zich nu menen te moeten beroepen op hun privacy. Scholen zitten met de handen in het haar en mopperen op de administratieve rompslomp vanwege het vastleggen en controleren van gegevens. Want Pietje mag opeens niet meer op de website, Jantje mag niet meer op de schoolfoto en de musicalfoto’s moeten gescand worden voor ze vrij gegeven mogen worden.

Deze doorgeslagen ellende is hopelijk van voorbijgaande aard. Want ‘gelukkig hebben we de foto’s nog’ klinkt toch lekkerder dan ‘ik had een fantastische schooltijd maar het is een beetje jammer dat ik daar geen enkel bewijs voor heb.