Diepvrieskip en gelukjes bij Hoeksteen Leek

LEEK

Met 250 vrijwilligers is het opnieuw gelukt om de rommelmarkt van de Hoeksteen in Leek op poten te krijgen. Dit jaar voor de 44e keer.

„Dit is mijn assistent.” De verkeersregelaar op het trottoir langs de Lindensteinlaan wijst naar een jochie dat bij hem staat. Om een uur of half 12 op zaterdag is het gelukkig geen verkeerschaos maar dat is op vrijdagmiddag wel anders. Dan staan de mensen voor het hek te dringen tot ze naar binnen mogen.

„Van de vrijdag moet je het hebben”, zegt een vrijwilliger met het label ‘controleur’ op zijn trui. Helaas gebeurt het een enkele keer dat mensen iets mee nemen zonder te betalen. Daarom wordt er ter controle op de spullen die binnen worden verkocht een stikker met ‘betaald’ geplakt. „Zolang ik hier woon ben ik samen met mijn vrouw betrokken bij de rommelmarkt, toch al zo’n 15 jaar”, zegt hij. „De rommel die overblijft wordt na afloop naar de stort gereden. Tegen het einde van de markt kunnen de bezoekers voor een euro een plastic zak kopen en die vullen met spullen naar keuze. Dat scheelt weer”, knipoogt hij.

Het rad krijgt een slinger. Voor de hoofdprijs rollade wil iedereen wel een paar lootjes kopen. Over de tweede prijs, een diepvrieskip, heerst er toch wat twijfel bij deze en gene. „Die moet je braden en ontleden, dat is toch een gedoe van niks?”

Terwijl de vrijwilligers voorzien worden van soep en broodjes slenteren de bezoekers langs de kraampjes met curiosa. „Tja, er moet maar net iets van je gading bij zitten”, klinkt het een tikkeltje cynisch. Een mevrouw heeft bij het scheiden van de markt een gelukje: „Ik zag gisteren dit mooie vitrinekastje voor 30 euro. Gelukkig stond het er nog mocht ik het voor 11 euro meenemen. Een verfje erop en klaar. Ik spaar engeltjes, die kan ik er mooi in zetten.”

Tijdens de laatste uurtjes loopt het niet meer storm. Behalve bij de puddingbroodjes. Wat zou de rommelmarkt zonder moeten?

Ineke Doornbos