Ineke schrijft | Loslaten is voor watjes

Bij het fietsenhok bij het werk tref ik 3 collega’s. Als we richting de ingang lopen zet ik de pas erin.

„Heb je haast Ineke?” hoor ik achter me. We moeten bereikbaar zijn vanaf 9, het antwoordapparaat moet er af. „Ik ben nogal plichtsgetrouw”, zeg ik als we de trap naar boven nemen. Mijn collega nuanceert met :„Hoe vaak bel ik niet ergens naar toe zonder dat ik gehoor krijg?”

Wellicht een staartje Calvinisme. Je doet wat je belooft, men moet op mij kunnen rekenen, een man een man, een woord een woord en zo meer. Dat zijn zaken die toch wel hoog op mijn lijstje staan. Niks mis met die mentaliteit als je er verder geen hinder van ondervindt. Maar te strak daar aan vasthouden kan ook beklemmend werken. Je kunt gestrest raken als je je perse aan je beloftes wilt houden terwijl dat soms niet kan. Of je toch akelig voelen als je te laat op je werk komt. Het gevoel te falen en je daardoor schuldig voelen. Een gevoel dat niet bevorderlijk is voor algeheel welzijn.

‘Loslaten’ is tegenwoordig het toverwoord. Gewoon afstand nemen van waar je last van hebt of wat je belemmert. Maar als dat zo gemakkelijk was was de groep burn-outers, gekwetsten en hartpatiënten een stuk kleiner. Het klopt wel dat je leven een stuk lichter is als je alle ballast niet mee hoeft te dragen maar je bent nu eenmaal geen robot die te bedienen is met een aan en uitknop. Vaak is ergens vrij van komen een intens proces wat jaren kan duren en vaak hebben mensen daar (professionele) hulp bij nodig.

Ik ben best gemakkelijk geworden in veel dingen maar moest daarvoor keihard op mijn smoel gaan. Bij elke keer dat ik weer op kon staan werd ik een stukje vrijer. Loslaten is denk ik niet de juiste benaming in dergelijke processen. Dat wekt immers de indruk alsof je dat in een simpele handeling kunt doen. Termen als losweken, losbreken, losbranden en losraken dekken veel meer de lading. Met tranen en pijn, maar vooral met kracht en veel geduld.