Ineke schrijft | Door het stof

De hitte van de afgelopen dagen is niet bij uitstek een omstandigheid om eens flink in je huis te gaan soppen. De zogenaamde Franse slag past mij wel en al helemaal bij hete dagen grijp ik die met beide handen aan.

Blijkbaar kruipt bij mij het bloed toch waar het niet gaan kan. Van de week had ik ons beddengoed verschoond. Terwijl ik bezig was om het spul op het bed te doen viel mijn oog op de laag stof op de rand van het bed. Nu ben ik heel goed in staat mijn kop in het zand te steken en met een flinke dosis nonchalance te doen of iets niet bestaat maar in dit geval bleven de opgehoopte stofdeeltjes mij bezig houden.

Even later stond ik met een emmer sop en een doekje in de aanslag. De stofdeeltjes hadden het voor elkaar gekregen om de schoonmaakporiën in mijn lijf wagenwijd open te zetten. De ervaring leert dat, als ik eenmaal in dit stadium zit, de remmen volledig los gaan en ik als een soort van roofdier op zoek moet naar alle mogelijke ongerechtigheden die zich in de ruimte bevinden. Als een fanatieke, nietsontziende poetsmuts nam ik het stof op het bed onder handen, de tv, de fotolijstjes en ineens stond ik op een stoel om de vuiligheid van de lamp aan het plafond weg te vegen. Die was me al maanden een doorn in het oog maar kwam er tot nu toe nog telkens mee weg.

Vervolgens werd de vensterbank fanatiek gesopt, de ramen, de kozijnen, en zelfs het strijkijzer, dat al maanden ongebruikt en eenzaam in een hoekje stond, kreeg een beurt. Hoewel mijn lichaam inmiddels oververhit was moest en zou ik tot besluit de stofzuiger ook nog door de kamer slingeren.

Inmiddels was mijn nesteldrang weer bevredigd en wisselde ik met een vriendin via de telefoon de ranzigheid in doucheputten, stofzuigerslangen, rubberen ringen van de wasmachine en tandenborstels in scheerschuim uit. ‘Mijn oven is de hel’, besloot ik. Toch zal die echt moeten wachten tot de volgende kuisheidsaanval zich aandient. Ook ik ken mijn grenzen.