Ineke schrijft | Verkoopterreur

‘Bent u aan het klussen? Komt het huis te koop?’ Hij wijst op de emmer verf in de hal. Ik pak de post van de mat en als ik omhoog kom heb ik hem volledig in beeld. Strak in het pak, een IPad in zijn handen. Om zijn nek hangt een koord met daar aan een kaartje met het logo van een energiebedrijf.

Ik weet hoe laat het is. Met een onverschillig ‘Nee hoor en wie ben jij?’ reageer ik op zijn bijzondere manier van contact maken. Hij steekt zijn hand uit en zegt een naam die ik snel weer vergeet. ‘Kent u Nuon?’ ‘Dit hoeft niet hoor’, zucht ik. Als ik de deur weer dicht doe ebt er een onverstaanbaar gesputter weg.

Eerder deze week werd ik voor de zoveelste keer door iemand van ‘Psychologie Magazine’ gebeld. Met ‘Mevrouw, ik heb het blad twee jaar geleden met een goeie reden opgezegd en ik hoef niet weer een abonnement, oké?’ werd het stil aan de andere kant. Misschien zei ze nog iets maar inmiddels had ik het contact verbroken.

Vandaag moest Essent mij hebben. ‘Je hoeft me niet meer te bellen hoor!’ was mijn enige tekst voordat ik de man weg klikte. Ook de jongens die bij de Museumbrug in Groningen staan om digitaal koopwaar aan te prijzen kunnen van mij een ‘nee’ terugkrijgen maar dan wel met de toevoeging dat het totaal onhandig is om juist daar te gaan leuren. Iedereen moet immers of de bus of de trein halen en heeft dus een extra reden om gauw door te lopen.

De vermelding in het ‘Bel me niet register’ is er tot nu toe nooit van gekomen omdat ik helemaal geen zin hebt om zo’n vreselijk bandje af te luisteren en daarna ook nog allerlei vragen te moeten beantwoorden. En daarbij ben ik al lang blij dat het gesprek afgelopen is. En dat weten ze, de loeders.

Niet geregistreerd staan is dus een vrijbrief om gebeld te worden. Het lijkt verdraaid veel op het systeem van de nieuwe Donorwet. Toch pleit ik (ook hier) voor ’Nee, tenzij’.