Ada van Dijk: tichelwerken niet alleen voor kloosters

FOXWOLDE

Ada van Dijk uit Foxwolde kan het niet laten. Ze schrijft regelmatig over de historie van haar woonomgeving, recentelijk in de Nieuwe Drentse Volksalmanak over de tichelwerken bij de Kleibosch en omgeving.

Van Dijk woont sinds 1977 in Foxwolde. “Hoe ik bij de interesse voor geschiedenis kom? Ik heb niet rechtstreeks een opleiding gevolgd, maar heb Frans gestudeerd. De laatste jaren van de studie heb ik me toegelegd op literatuurgeschiedenis. Ach, ik heb altijd wel belangstelling voor geschiedenis gehad, als amateurhistoricus. Ik ben geboren in Aalten, maar heb in Groningen gestudeerd en ben daar blijven hangen”, legt ze uit. De aandacht voor de eigen omgeving kwam midden jaren ’80. “We hadden feestavond in het dorpshuis, en er werd een dorpsfilm vertoond. Bertus Jansma was heel actief in het dorp, we zaten naast elkaar. Het was een hele mooie film, Bertus zei toen tegen mij, dat er ontzettend veel veranderd is en of het niet niet mooi zou zijn als dat op papier zou komen. We spraken af dat ik dat zou doen, met hulp van een aantal mensen uit dorp, echte autochtonen. Vooral met Peter van der Velde”, verwijst ze naar wijlen de oud-schoolmeester en dichter. ”Het kwam in een stroomversnelling, in ’89 was het 850-jarig bestaan van Roderwolde en de vraag kwam, of het boek tijdens dat feest uitgebracht kon worden.”

Kerkvoogden

“Ik ben er dik vier jaar mee bezig geweest, heb kennis gemaakt met het archief in Assen en kwam veel onderwerpen tegen. Om zelf onderzoek te doen, daar was geen gelegenheid voor. In de jaren ’90 ben ik begonnen met een onderzoek naar de kerk, specifiek naar een kerkvoogdenboekje uit 16e eeuw. Dat was heel bijzonder, maar wel in oud schrift. Echt een hoogtepunt, qua onderwerp, en aan de hand daarvan heeft het Drents Archief de Gratama-reeks opgezet. Vier delen zijn gepubliceerd met steun van de Gratama stichting, die als doel heeft moeilijk toegankelijke bronnen te ontsluiten en te publiceren. Toen las ik ook al dat monniken van Aduard in de Kleibosch stenen zouden hebben gebakken. Ik kwam iets tegen van ‘was dat wel precies zo?’ Ik heb heel lang onderzoek gedaan, het was moeilijk toegankelijk. Dit artikel beschouw ik eigenlijk als van veel waarde, ik ben ook blij dat het uit is. Er komt volgend jaar trouwens een vervolg, in de Historische Reeks Roderwolde, en gaat heten ‘Tichelwerken in Foxwolde’.” Een tichelwerk was een steenoven met gebouwen. ”Het artikel in de Volksalmanak is wetenschappelijker, het boekje meer voor de geïnteresseeerde lezer. Tichelwerken, steenbakkerijen, waren er aan weerszijden van het Peizerdiep, ook in Peize en de Weehorst. In het boek beperk ik me tot Foxwolde. Over de boerderij Papenburg, en de voorganger. De naam komt trouwens van poepen (een spotnaam voor Duitsers-red.). Er woonde een Duitse familie. De oudste bronnen dateren van het laatst van de 15e eeuw.”

Kruistochten

“Er zijn ook gegevens die teruggaan op eerdere tichelwerken en steenbakkerijen uit 13e eeuw, bij grote kloosters zoals Aduard. Die het ambacht herontdekt hadden, want in de vroege middeleeuwen was steen bakken in het Noorden verdwenen. Door de kruistochten, de laatste in de 12e eeuw, kwam het hier terug. Het Aduarder klooster (gesloopt rond 1594) is in de loop van de 13e eeuw een gigantisch bouwwerk geworden. Eerst kwamen stenen dicht uit de buurt, en toen de klei was uitgeput, volgden andere vindplaatsen zoals Terheijl. Dat was een voorwerk van het klooster, de Kleibosch niet.” Van de tichelwerken hier had het klooster het land niet in eigendom. En monniken werkten niet hier, maar bleven in het klooster. Het werk hier werd gedaan door personeel. Er zijn weinig sporen, alleen uitgegraven dobben (kleiputten-red) en kanaaltjes naar het Peizerdiep. En er zitten veel stenen in de grond, kloostermoppen en veel dakpannen. Bij het Peizerdiep, waar vroeger een molen stond, zijn ook geglazuurde tegeltjes gevonden.” “Er is nooit echt archeologisch onderzoek gedaan, helaas. Het tichelwerk dat ooit stond op de plaats van de huidige boerderij het Tichelwerk was van Johan de Mepsche, hij woonde op boerderij de Spieker in Roden. Hij had geen kinderen, zijn bezit werd overgemaakt aan een broer, die was prior van klooster in Bergum. En dat had een enorme behoefte aan stenen en dakpannen, dat was rond 1530.”

Van Ewsum

Uiteindelijk is – zo vertelt Van Dijk – het tichelwerk overgedaan aan Van Ewsum, eigenaar van havezate Mensinge in Roden. “Die heeft het gekocht rond 1560 en geëxploiteerd. Er zat een steenbakker op, met huis er bij. Vermoedelijk tot de eerste helft van de 17e eeuw. Het andere tichelwerk, in het noordelijkste deel van de Kleidobben, de Leemdobben, was eigendom van Lewe in Peize, van het Huis te Peize. In het stuk er tussen, langs de dijk, daar heeft Aduard geticheld.” “Er waren huurcontracten van zo’n 30 jaar, die sloten ze met eigenaar van percelen, waren deel van de markegenoten (bovengrond). Het archief Aduard is echter grotendeels weg, in 1580 is de bibliotheek afgebrand, weg. De akte van verhuur, is in Assen. De tichelaars moesten gegraven koelen trouwens weer slichten. Dat is echter niet gedaan, daarom heb je nu overal dobben. Er is in het gebied nog veel potklei. Toch stopte de steenfabricage. “De grootste afnemers, de kloosters, bestonden niet meer. Er was veel minder bouwactiviteit. En stenen en dakpannen voor bijvoorbeeld de stad Groningen kwamen vanuit de provincie Groningen. Dit was toch vrij kleinschalig. Het was seizoenswerk, in de zomer.” Terugziend was het voor de speurder verrassend dat de families Lewe en Ripperda zo lang bezig waren. In het archief van havezate Mensinga in Roderwolde, was sprake van een tichelaar. Dat las ik in een testemanent van Wigbolt Ripperda. Dat was voor mij echt, heee! Vroeg in 16e eeuw, de oude Wigbolt, die bezittingen had in Foxwolde. Germ Geersing

Auteur

ggeersing