Voedselbank Westerkwartier zet zich professioneel breed in

GROOTEGAST

Met honderd vrijwilligers zet de Stichting Voedselbank Westerkwartier, met uitgiftepunten in Grootegast, Marum en Zuidhorn zich volgens voorzitter Jan Oomkes blijvend professioneel in.

Tien auto’s staan er dinsdagochtend op het parkeerterrein bij de voedselbank in Grootegast. Het aantal lijkt symbolisch voor de drukte. De professionaliteit geurt je bij binnenkomst al tegemoet in het bedrijfscomplex van een voormalige champignonkwekerij aan de Bovenweg. Koel- en vriesinstallaties kenmerken de opslag. In deze ruimte heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (N.V.W.A.) vrij toegang voor eventuele controle op de voedselveiligheid. De lat ligt dan ook hoog bij de organisatie. Wekelijks worden vanuit hier nu tachtig adressen voorzien van een voedselpakket met een waarde van zo’n 45 euro. “Daarmee voeden we zo’n driehonderd monden”. Op jaarbasis betreft dit onder meer 12.500 kilo aardappelen en een kleine achtduizend broden. De jaarlijkse omzet benadert de twee ton. “Goederen die vanuit het eigen gebied worden aangedragen. Die betrokkenheid geeft je best wel een warm gevoel als organisatie”. In de totale provincie zijn nu zo’n zevenduizend mensen aangewezen op de voedselbank. “Bij een derde hiervan praat je over kinderen in de leeftijd van de basisschool. Dat is een middelgroot dorp”. Het beeld dat de voedselbank speciaal is bedoeld voor mensen op bijstandsniveau is bezijden de waarheid. Gaandeweg heeft ook Oomkes ontdekt dat iedereen in een lastige financiële situatie kan verzeilen of daarin kan stranden. “We maken in de praktijk van alles mee. Van een zzp-er die diep wordt getroffen door het faillissement van een opdrachtgever en zijn rekeningen niet betaald krijgt tot alleenstaande moeders met een of meer kinderen”. Als een van de weinige stichtingen in haar soort heeft ze aandacht voor kinderen toegevoegd aan haar doelstellingen. “Je hart breekt als je hoort dat een kind ziek wordt gemeld als hij jarig is om zo te ontkomen aan het trakteren van zijn schoolklas.”. Zijn organisatie werkt dan ook graag mee met de Stichting Jarige Jop, zodat de jarige ook op school en thuis kan trakteren. Een jongen of meisje in een armoedige situatie moet soms genoegen nemen met een tweedehands cadeautje. Dat moet je niet willen. “Een kind mag nooit de dupe worden. Hij kan er niets aan doen dat zijn ouders te zware financiële verplichtingen zijn aangegaan of het door andere situaties financieel tijdelijk even niet kunnen bolwerken”. Het maatschappelijk draagvlak voor de voedselbankorganisatie is hier onverminderd breed verankerd. Zo zijn er recent vanuit het publiek in Zuidhorn 169 kratten met 5.000 artikelen ingeleverd. “Een absoluut record”. Per voedselpakket worden er standaard zo’n twintig artikelen uitgeleverd. Soms ruilt de stichting goederen met collega-organisaties waarvan er inmiddels 166 in den lande zijn. De landelijk overkoepelende organisatie streeft ernaar iedereen zo gelijkwaardig mogelijk te behandelen. “In theorie zou een voedselpakket in Zierikzee en in Zuidhorn ongeveer dezelfde inhoud dienen te hebben. Dat is best lastig, maar het is wel een streven waarin wij ons kunnen vinden”. Volgens vaste afspraken zijn drie op de tien artikelen afkomstig vanuit de landelijke organisatie. “De overige zeventig procent moeten we zelfstandig bij elkaar zien te sprokkelen”. Professionele inbreng Dankzij kloeke medewerking van zowel burgers als bedrijven, kerken, scholen, verenigingen, politieke partijen en andere stichtingen en ondersteuning van gemeentezijde kan de voedselbank in vertrouwen verder. “De meest prangende vraag nu is of we iemand exact drie jaar ondersteunen of langer. De regelgeving wordt aangetrokken en daar probeer je verantwoord mee om te gaan. We bestaan pas drie jaar, zodat de vraag zich nu voor het eerst aandient”. Het opzetten van een heus bedrijfsplan werpt voor de stichting hierbij haar vruchten af. Oomkes prijst zich gelukkig met de professionele inbreng van de vrijwilligers die op allerlei terreinen actief zijn: als sorteerder, chauffeur, administrateur, screener oftewel contactpersoon, bestuurder of gastvrouw/heer van een uitgiftepunt. Uit landelijke cijfers blijkt dat zo’n zestig procent van de cliënten voldoende heeft aan een jaartje ondersteuning. Daar tegenover staat zes procent die zich ook na drie jaar niet aan een precaire situatie kan ontworstelen. Oomkes leidt uit de cijfers af dat de voedselbank waardevol blijft voor een gezonde samenleving. De schaamte over de hulpvraag is misschien nog niet helemaal verleden tijd, maar iedereen kan iets overkomen door onvoorziene omstandigheden. Na de gemeentelijke herindeling zal het pand in Grootegast mogelijk de centrale plek worden voor de nieuwe gemeente Westerkwartier. De organisatie is op eventuele groei voorbereid. Op het parkeerterrein kunnen op een vrijwilligerswerkdag in een volgend jaar ook meer dan tien auto’s staan. Tekst: Jelle Raap

Auteur

Monique Westra