Column Albert Graansma |Leekster Schippersgilde

Westerkwartier

Tweewekelijkse column Historisch Correct van Albert Graansma, gemeente Leek. 

Leek was vroeger een dorp met zeer veel scheepvaart. Zelfs zoveel dat er een heus Leekster Schippersgilde heeft bestaan. Dat was met name een soort onderlinge verzekering. Ging een schip verloren dan kreeg men een geldbedrag uit de kas van het gilde. Daarnaast was men verplicht een in nood verkerende gildebroeder bij te staan. Er was een jaarlijkse gildedag waarop de zakelijke dingen werden geregeld. Maar deze gildedag was tevens een sociaal gebeuren, waar bier werd gedronken op kosten van het gilde. Deze gildedag werd gehouden tussen Kerst en Oudejaarsdag, in een periode dat de meeste schepen stillagen. De hoogte van de contributie van de gildeleden hing af van de bestemmingen waarop men voer. Er waren binnenschippers, maar ook Leekster schippers die naar de Oostzee, Engeland en Frankrijk voeren. Hoe meer op open zee, hoe meer risico. Het waren in die eeuwen houten zeilschepen, met beperkte navigatiemiddelen. Het weer was soms een belemmering om uit te kunnen varen. In de collectie van het Groninger Museum is een zilveren ringkraag/bodeplaat uit 1736 van het Leekster Schippersgilde te vinden. Volgens een bericht in de ‘Opregte Groninger Courant’ is het gilde in 1756 weer opgehouden te bestaan. Daarnaast is er een gildeboek van het Leekster Schippersgilde bewaard gebleven over de jaren 1764-1858. Vanaf de, nieuwe, oprichtingsbijeenkomst in 1764. Dat gildeboek is in privé handen, maar in kopievorm onder andere in te zien bij de Historische Kring te Leek. Een andere herinnering, en waardevolle historische bron uit die tijd, is het scheepsjournaal uit de Leekster familie Flonk. Een andere schippersfamilie uit Leek, Stomp, heeft in die tijd gewoond op de plek waar ik nu woon: Een schipperswoning aan het Leekster Hoofddiep. Albert Graansma

Auteur

Monique Westra