Veelzijdigheid in elke vezel bij Ard Van der Tuuk

GROOTEGAST

Gekruld haar, gekruld zin, gekruld leven zit erin. Bij het met woorden penselen van het portret van burgemeester Ard van der Tuuk van Grootegast dringt zich de oude dichtregel bijna automatisch op. Gisteren vierde hij in gastvrij Grootegast zijn 48e verjaardag, de eerste in deze gemeente.

Op 22 november 1968 mochten Machiel van der Tuuk en Cisca van der Tuuk-Venema in het ziekenhuis te Winschoten hun zoontje verwelkomen. De ouders van Ard woonden indertijd in Oude Pekela, maar verhuisden in zijn tweede levensjaar naar Veendam. Zijn vader ging daar als lasser aan de slag bij Ten Horn Ketels die op het gebied van stoomketels in die tijd wijd en zijd vermaard was. “Als je opgegroeid bent in de Veenkoloniȅn dan leer je de weidsheid van het landschap te waarderen. Dat vind ik hier in Grootegast terug”, geeft hij als schot voor de boeg. “Zo’n sfeer geeft een bepaald thuisgevoel”. In de cultuur waarin hij is opgegroeid, herkent hij vooral calvinistische waarden. “Je best doen, je talenten ontwikkelen en verantwoordelijkheid nemen. In breder verband, in noord-Nederland, heerst vooral een cultuur van: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat krijg je mee”. Dankzij de werkmentaliteit van zijn ouders kreeg Ard als enig kind alle kanskaarten binnen bereik. “Het was voor mij normaal dat ik als zevenjarige, in het kader van algemene muzikale vorming, leerde blokfluitspelen. We hadden al snel een muziekklasje. Voor mij kwam daar later een klarinet bij. Daarvoor heeft mijn vader ook ’s avonds moeten werken om die te kunnen bekostigen. Dat besef geeft me in een terugblik een gevoel van dankbaarheid”. De grote mate van vrijheid in zijn jeugdperiode maakte dat hij later koos voor het leren bespelen van zowel gitaar als piano. “Naast af en toe een stevig partijtje voetbal”, geeft hij aan over de veelzijdigheid. “Op de openbare basisschool hebben we veel gevoetbald en vooral later op de middelbare school hebben we veel muziek gespeeld. Mijn interesses zijn gelukkig altijd breed geweest. Daardoor voel ik me breed betrokken bij alles wat zich aandient”. De drang tot organiseren is volgens hem niet direct aangewakkerd, maar meer gestoeld op spontaniteit. “Bij het VWO-onderwijs op de Winkler Prinsschool was er veel ruimte voor eigen invulling. Wil je een muziekavond, regel het maar en organiseer het maar. Ook een sportdag mochten we zelf organiseren. Bijna ongemerkt leerde ik op dat moment een heleboel praktische zaken. Gewoon doen”. De aanpakmentaliteit leidde bij verdere studie tot een zoektocht. Aanvankelijk studeerde Ard van der Tuuk Geneeskunde en nadien Fiscaal Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot een promotie leidde dit niet. Niettemin blikt hij met een goed gevoel terug op deze studieperiode. “Vooral bij Fiscaal Recht leer je doorvragen op een bepaald onderwerp. Je leert in de diepte te vragen. Dat is weer eens wat anders dan een ontwikkeling puur in de breedte”. Rond zijn twintigste besloot hij daarnaast politiek actief te worden. De keus voor de PvdA lag voor hem voor de hand. “Dat is nooit anders geweest”. De studie verruilde hij voor een baan op eerst het terrein van automatisering en nadien bij een onderwijsadviesbureau in Groningen. Trots is hij nog aldoor op zijn aantreden als algemeen bestuurslid bij het waterschap Noorderzijlvest. “Voorheen ben ik wel actief geweest als bijvoorbeeld penningmeester van een sportvereniging, maar een waterschap heeft een compleet andere historie. Het is feitelijk een van de oudste bestuurslagen in ons polderland”. Toeval of niet, tezelfdertijd lokte het water hem in een andere rol: als een bevlogen hobbymatige duiker. Het beoefenen van een hobby blijkt bij hem nooit op zichzelf te staan. Zo wijst hij met flair naar het zweefvliegen dat hij rond zijn zestiende oppakte als een gouden levensdraad. “Elk weekend gingen we vanuit Veendam naar Assen. Eerst op ons brommertje en later met de auto. Een heerlijke sport, maar ook een sport waarbij je blindelings op elkaar moet kunnen vertrouwen. Als iemand een vliegtuig heeft gecheckt, moet je weten dat het oke is. Je leert daar ontstellend veel van: samenwerken in vertrouwen. Dat laat je niet los in een vriendenband”. De studie-, sport- en hobbylessen nam hij mee in zijn bagage als later vice-voorzitter van de Provinciale Staten Drenthe en nadien gedeputeerde. Sinds hij waarnemend burgemeester van Grootegast is, wil hij zich vooral toeleggen op de rol als burgervader. “Ik wil een verbindende factor uitstralen en dat ook zijn. In die rol ben ik aanspreekbaar en open, maar ook direct duidelijk en gericht op resultaten. Anderen laten opbloeien is daarbij mijn uitgangspunt”. De fusie met andere gemeenten ziet hij hierbij niet als hoofddoel. “De vraag voor ons in Grootegast is wat wij hier aan voorzieningen geregeld willen hebben. Alles draait dus niet direct om de fusie”. In Schipborg waar hij samen met zijn uit Friesland afkomstige echtgenote Anja Hoekstra woont, is de zekerheid omlijnd: “Een waarnemend burgemeester heeft hier een tijdelijke taak, maar we stropen de mouwen wel op”. In die sfeer biedt hij in zijn werkkamer, met een VOC-schilderij aan de muur achter zijn bureau, lenig een tweede bakje koffie aan. Gewoon en toch zwierig, met een lichte krul. Tekst en foto: Jelle Raap

Auteur

Monique Westra