Column Anneke de Vries | Woordjes

Westerkwartier

Belevenissen uit het Gymnasium

Het is misschien niet het leukste onderdeel voor leerlingen, woordjes leren. Toch zou ik niet weten hoe iemand een taal kan leren en op het geleerde kan voortbouwen zonder de noodzakelijke inspanning van het woorden verwerven. Dat geldt voor de moderne levende talen evenzeer als voor de dode klassieke talen. Trouwens: hoezo dood, die talen? De klassieken bloeien! Maar dat terzijde. Dus ik kom klas 4 binnen met een kek pakket kopietjes. Alle woorden die we/ze de afgelopen jaren gehad hebben bij Grieks. Even een planninkje maken voor de komende tijd om hun herhalen wat te structureren en dan de Toets over Alles vastleggen op 13 oktober. Precies voor de herfstvakantie lekker klaar. Dit plan valt merkwaardigerwijze niet meteen goed. Ik hoor enig gemor. “Veeel!” Enig gezucht. “We hebben ook andere vakken…!”. Dat klopt. Maar ik ken deze klas van voorgaande jaren. Ze werken goed en weten veel. Even testen dus, wat ze allemaal nog best wel weten zonder dat ze zich er nu op voorbereid hebben. Ik prik wat willekeurig terugvragend in de woordjes. Precies wat ik dacht: een heleboel zit nog goed in de hoofden! Het begint gewoon hartstikke leuk te worden een woordje te noemen en dan te zien hoe ze elkaar de loef proberen af te steken wie het als eerste weet. Het gaat als een speer! Gerustgesteld en hen geruststellend, wil ik overgaan tot de orde van de les, als ineens een “nee, mevrouw, nu u” klinkt. Krijg ik zèlf woordjes voorgelegd. Of ìk ze wel ken. O, die blikken. Ik zie ze denken “waar gaat ze de mist in?” Maar helaas voor hen: het gaat als een speer! Ik zei toch al niet te weten hoe iemand een taal kan leren en op het geleerde kan voortbouwen zonder de noodzakelijke inspanning van het woorden verwerven? Dat geldt voor leerling èn docent. Reageren? Mail naar a.vries@rsgdeborgen.nl Anneke de Vries, docente klassieke talen op de Lindenborg  

Auteur

Monique Westra