Pokémon geeft stuur en richting aan recreatie

ZUIDHORN

“Ik zei tegen mijn moeder in de keuken: je hebt een vis laten vallen. Was het een Pokémon”. Lichtjes schaterlachend vertelt Wybrand van Heerewaarden (22) over zijn meest opvallende ervaringen met het wereldspel Pokémon.

De Zuidhorner is de laatste dagen erg actief geweest in het winkelcentrum van zijn dorp, nadat hij zo’n twee weken geleden via een apk het spelprogramma vanaf het internet kon downloden. “Je moet wel in het centrum zijn, omdat daar de meeste Pokémons zijn te vinden. Hier zit er eentje achter de houten hond”, zo wijst hij naar de kunsthond in een tuin op de grens van het winkelcentrum. “Het zijn er niet zoveel hier in Zuidhorn. In de stad Groningen vind je fietsend zo om de tien seconden een Pokémon”. Wybrand hoopt binnenkort een grote slag te slaan tijdens reizen naar Amsterdam en Utrecht waar hij voor andere doeleinden aanwezig dient te zijn. Op dit moment staat zijn teller op dertig diverse soorten. Een groot aantal hiervan heeft hij dubbel. “Ik ga voor de 150, want Pokémon, dat is het”. Terwijl sommigen afhaken bij de gedachte dat het spel kinderachtig is, lokt juist de kinderlijke eenvoud hem aan. “Als kind van een jaar of acht speelde ik een soortgelijk spel. Met gamen ben ik eigenlijk nooit gestopt”. Spelvrienden haalden hem over zich ook aan te sluiten en daarvan heeft hij geen moment spijt gehad. “Het is deels nieuwsgierigheid en nostalgie, maar ook het aangaan van vriendschappen wat je over de streept trekt. Ik heb via Pokémon oude vriendschappen kunnen herstellen”.

Gemis

Een gemis bij de huidige versie vindt hij evenwel dat je de Pokémons niet bij elkaar weg kunt vangen. “Er is best wel een competitiedrive: wie heeft de meesten? Op het gebied van co-ȍpgame, zoals wij dat als jongeren noemen, moet er nog veel worden doorontwikkeld. Je kunt je nu wel aansluiten bij een spelgroep, maar je moet veel zaken in je eentje uitvogelen en kunt geen Pokémons aan elkaar cadeau doen of zoiets”. Het spel kenmerkt zich volgens Wybrand van Heerewaarden door een vriendelijke sfeer. “De Pokémons kun je ook wel in treinen of in winkels aantreffen, maar doorgaans moet je ervoor naar buiten. Je moet internet en gps – global positioning system – hebben”. Wat hij zalig vindt is dat de Pokémonspelers elkaar razendsnel herkennen. “Als er meer mogelijkheden komen zoals het onderling uitwisselen van Pokémons, dan heb je misschien nog meer contacten. Er zijn legio varianten te bedenken”. In vergelijking met het spel in zijn jeugdperiode mist hij naar zijn zeggen vooral de adrenalinekick. “In het oude spel kon je bijna dood gaan en toch winnen. Die kick is er nu niet”. De herkenningsmelodie kan ook in Zuidhorn kort zijn. “Blauw?” vragen enkele jongeren, terwijl ze met hun mobieltje voorbij lopen. Even later komt Michaȅl (16), als dichter bekend onder Joris Peters, uit de Albert Heijnsupermarkt terug. Zijn teller staat op 37 van de volgens hem 151 soorten. Hij werkt vanuit de blauwe groep en beoefent het spel sinds zeven dagen. “De Pokémongame die ik had was Pokémon-blue.Vandaar”. Voordeel van het spel vindt hij vooral de zoektocht in de frisse lucht. “Vaak zat ik achter de playstation. Nu trek ik erop uit”. De eerste squirter ontdekte hij in de eigen slaapkamer. Twee jongens van amper twaalf jaar tikken tevergeefs op hun smartphone. Handicap voor hen is het beperkte internetabonnement. “Pokémons zitten hier bij Albert Heijn en bij het gemeentehuis. Daar is wifi gratis. Als wifi niet gratis is, krijgen wij geen verbinding”. Jelle Raap

Auteur

ggeersing