Eppie Broekema 40 jaar molenaar in Niebert

NIEBERT

Eppie Broekema (bijna 75) viert deze maand een jubileum. Het is dinsdag 14 juni precies 40 jaar geleden, dat hij in Noordlaren slaagde voor het diploma vrijwillig molenaar.

Sindsdien bekommert Broekema, geboren in Kornhorn, zich om de Nieberter molen. Al wordt het de laatste jaren een stuk minder, want hij mag wel eens met pensioen, zoals hij het zelf uitdrukt. "Of ik geboren Nieberter ben? Nee, ik ben geboren in Kornhorn, maar woon sinds 1990 in Niebert, 26 jaar dus. Ik woonde in Hoogkerk toen ik getrouwd ben, en ben later met oog op de molen naar Marum verhuisd", vertelt de molenaar. Het malen is Broekema welhaast met de paplepel ingegoten. "Ik kom uit een molenaarsgeslacht, mijn overgrootvader heeft de molen in Kornhorn laten bouwen, mijn opa en vader waren ook molenaar. Na de oorlog werd niet meer met de molen gedraaid, maar wel gemalen. Met de motor. Maar er staat niets meer in Kornhorn. De oude motor is er nog wel, een oude Kromhout. Die staat in Nuis bij een verzamelaar...". Met de gemeente Marum had Broekema een prima verstandhouding. "Het was altijd heel gemakkelijk. Het hoofd van Gemeentewerken zei, jij bent de molenaar en verder heeft niemand iets met de molen te maken. Daar mag verder niemand aankomen. Ach, ik heb wel eens iemand opgeleid, maar stond er wel altijd met de neus bovenop.

Kwajongens

Ik heb heel lang alleen gemalen, de laatste jaren was Arjan Verhagen er ook en eerder wel eens wat kwajongens. In je uppie viel soms niet mee, ik had het soms te druk want ik heb hele partijen graan gemalen. Toen ik met de vut ging, in 2001, was ik drie, vier dagen in de week op de molen. Was haast beroeps. Als er dan veel bezoekers waren, was het niet te doen." In de Groninger molenwereld is een andere wind gaan waaien. "Nu heb je ook molengidsen, die doen rondleidingen en maken ook koffie. Ik moest het in mijn eentje doen. Nu meer op toeristische toer, dat kun je niet meer alleen doen. Ik kreeg wel eens een schoolklasje, of iets anders, maar zat niet te wachten op allerlei groepen."

IJzel

Broekema heeft ook wel aan bakkers geleverd. "Ik leverde veel gebroken rogge, dat komt heel secuur. Er moest haast dubbeltje onder de steen blijven liggen. Rare dingen waren er ook,  zoals de ijzel in 1987. Ik kwam van het werk terug naar huis en werd toen gebeld. De molen stond los, de wieken gingen een beetje heen en weer. Wat bleek, de vangstok (rem) met ketting waren zo zwaar van het ijs dat de vang zichzelf lichtte (vrijmaakte-red.). De wieken zaten ook onder het ijs, daardoor brak de springbeugel, kwam de as omhoog en kwam bijna tegen het dak. Een dag later was het alweer over, door de dooi.   "Het mooiste vond ik malen, liefst tarwe, dat gaat mooi rustig. De molen is voor mij geen monument, maar echt een werktuig. Waar je echt mee maalt. Ik ga nu niet vaak meer en ook niet veel meer naar andere molens. Tja, ik ben eigenlijk met pensioen", lacht de Nieberter. (Foto's Germ Geersing.)

Auteur

ggeersing