Tuinieren als thema voor verbondenheid en vreugde

ZUIDHORN

Volkstuinen zijn weer in. Tussen de bonen en de bloemen vindt menigeen tijd voor een praatje weer belangrijker dan het wegtikken van de tijd voor de televisie of achter de computer. In een wereld die natuur heet, bloeien harten op en groeien contacten als kool.

In een notendop is hiermee de visie op de nieuwe maatschappij weergegeven zoals die zich langs lijnen van geleidelijkheid al ontvouwd in het werk van Arjen’s Tuin en Klus in Zuidhorn. Sinds de oprichting van zijn bedrijf in 2014 mag Arjen Wiedijk (49) zich verheugen op groeiende contacten in het Westerkwartier voor zijn breed scala aan werkzaamheden. “Het merkwaardige doet zich voor dat bij vooral ouderen binnenshuis alles prettig is of wordt geregeld: van tafeltje-dek-je tot thuiszorg. Bij veel vormen van zorg kan er een beroep worden gedaan op bijvoorbeeld de Wet Maatschappelijke Ondersteuning”, zo geeft hij als voorzet. “Buiten wordt vaak vergeten. Daar is werk aan de winkel met vanuit een bredere visie op de maatschappij een heerlijke voldoening voor iedereen”. Vanuit zijn praktijkervaring weet hij dat tal van ouderen worstelen met het tuinonderhoud. “Het is geen specifieke zorgtaak. Toch is een tuin, voor of achter maakt niet uit, veel belangrijker voor met name de ouderengroep dan menigeen beseft”. Hij wijst als voorbeeld op een weduwe die verknocht was aan haar bloementuin, maar deze door ouderdom niet meer zelfstandig kon onderhouden.

Gesprek

“Nadat alles weer op orde was gebracht, durfde ze buitenshuis weer een gesprek aan te knopen met de buren. Het is misschien een eenvoudige maatregel om iemand uit de sfeer van eenzaamheid te halen, maar je bespeurt al gaandeweg dat de invloed van een goed verzorgde tuin veel groter is. Er is gesprekstof over de groei van de planten. Door de groeiende contacten worden de mensen als het ware getild uit de sfeer van de dagelijkse beslommeringen. Ze kunnen hun vreugde over alles wat er groeit en bloeit delen met anderen en dat komt hun gezondheid en daarmee hun vitaliteit weer ten goede. Door vaker en langer buiten te vertoeven in een prettige omgeving komen ze meer tot rust, terwijl indirect daardoor ook de nachtrust verbetert”. Volgens de wet van de logica klopt het tegendeel volgens hem ook. “Bij slonzige tuinen zie je heel vaak dat mensen zich terugtrekken. De achtergronden daarvoor kunnen heel verschillend zijn. Pak je de tuin eens grondig aan, dan is er als het ware sprake van een soort wedergeboorte. De emotionele binding met de natuur, hoe dicht bij huis ook, blijkt van onschatbare waarde te zijn. In een tijd met een toenemende vergrijzing zouden we eigenlijk de natuur bij huis eens een jaar vanuit een gemeente of andere instantie centraal moeten stellen. Daarna kun je de impact in kaart brengen”.

Herinneringen

Hoe persoonlijk een tuin kan zijn, heeft hij ooit ervaren bij het aanleggen van een botanische tuin met lavastenen als markering en met het hergebruiken van hout voor een kleine vijverpartij. “Het zijn vaak herinneringen vanuit iemands leven of dat van een dierbare die men in een tuin wil behouden of wil koesteren”. Bij het aanleggen en beplanten van een tuin komt er naar zijn zeggen een actueel fenomeen aan het licht dat niet moet worden onderschat. “De wereld wordt warmer. De natuur volgt die ontwikkeling uiteraard en met het zachter worden van het weer groeit het seizoen waarin je buiten actief kunt zijn als tuinman. Ook het genieten van de wereld om je heen duurt nu bijna een jaar rond”. De klussen van maart tot en met oktober wisselt hij eventueel geholpen door externe krachten nu lenig af met behang-, schilder- of houtwerkzaamheden en WMO-taxivervoer. Het contact met vooral ouderen sterkt hem in de visie dat ontzorgen van levenstaken vreugde bij de een en voldoening bij de ander geeft. “In ons soort werk sta je dicht bij de mensen. Je ziet en hoort veel”.

Warme sympathie

Vanuit warme sympathie voor met name de ouderen pleit hij voor het opnieuw introduceren van het 6%-btwtarief voor tuinonderhoud. “Na juli 2014 is dat tarief weer opgeschroefd naar 21%. Voor het leveren van producten is dat enigszins voorstelbaar, maar voor het leveren van een dienst is die stap veel te groot voor menigeen”. De regering kan deze ontwikkeling volgens hem herroepen vanuit een maatschappelijk verantwoord perspectief. “Statushouders bijvoorbeeld mogen geen vast werk aannemen. Je kunt ze heel goed op lokaal niveau betrekken bij het onderhoud van tuinen. Ik wil ze best leren hoe ze bijvoorbeeld fruitbomen kunnen snoeien. Die mensen moeten iets te doen hebben. Dat is goed voor de algehele participatie en ook goed voor hun geest”. Commerciële doeleinden streeft hij hierbij niet na. “Er zijn zoveel mensen die geholpen willen worden en er zijn vele mensen die kunnen helpen. Ergens moet je, net zoals in de stad Groningen met de opkomst van de volkstuinen, een druppel hebben als begin van een olievlek. De gemeente is welwillend”. Met het planten van een unieke ‘participatieboom’ in het hart van Zuidhorn zou de gemeente volgens hem een project van lokale ondernemers en statushouders kunnen starten. “Een teken van verbondenheid waarmee we aangeven dat we allemaal afhankelijk zijn van dezelfde natuur en er samen van genieten. Dan kun je denken aan de Gingko Biloba, de Japanse notenboom: een boom met een speciaal blad die staat voor een speciale missie”. Jelle Raap

Auteur

ggeersing