Weerman Gerard Kiewiet hecht aan winter, maar poetst records niet op

ZUIDHORN

De eerste ijsdag van dit jaar noteerde Gerard Kiewiet (51) uit Zuidhorn als amateur-weerman maandag met een gevoel van euforie. “Wij hebben tenminste winter gehad. Zij beneden niet”, geeft hij aan over het opmerkelijk verschil in de beleving van de noorderlingen boven Zwolle en de zuiderlingen.

Er is sprake van een ijsdag als de temperatuur over de hele dag gerekend niet boven het vriespunt komt. Kiewiet laat zich voorzichtig uit over het vervolg. “Misschien komen er deze week”, zo voorspelde hij maandag, “nog een viertal winterse dagen, maar mogelijk geen ijsdagen”. Veel hangt er naar zijn zeggen af van wat hij beeldend aangeeft als een gevecht tussen een warmte- en een koudtefront. “De koude lucht zakt onder de warme. Wanneer het dan regent, ontstaat er ijzel. Tot en met donderdag lijkt de kou in het noorden te overheersen, maar het is maar net welk front de overhand krijgt”. Vorig jaar telde ons land slechts een enkele ijsdag: 23 januari staat als zodanig in de boeken. Het jaar 2015 blijft bij velen in het geheugen gegrift als het warmste sinds de officiȅle metingen van de weergegevens. Amerikaanse meteorologen gaan er vanuit dat 2015 zelfs wereldwijd het warmste jaar aller tijden is sedert de officiȅle weerregistratie. Gerard Kiewiet: “Het klinkt gek, maar gemiddeld genomen is 2015 een heel normaal jaar geweest”. Dankzij een officieel weerstation op eigen erf aan De Brik kan hij zijn conclusie met feiten staven. “Van de twaalf maanden zijn er vier te warm en acht maanden te koud geweest”.

Gemiddeld

Gemiddeld genomen was het bijvoorbeeld in januari iets te warm, maar daarentegen in februari en maart iets te koud. “Januari telde maar één ijsdag. In februari en maart kwam het niet tot sneeuw”. April typeert hij als te droog en te koud met een neerslag van slechts 10,6 millimeter tegenover normaalweg zo’n zestig millimeter per maand. Mei klasseert hij ook als te koud met overigens met 62 mm een redelijk normale neerslag. Juni schaart zich eveneens bij de te koude en te droge maanden met als opmerkelijk fenomeen verhoudingsgewijs veel winden vanuit het westen en het noorden. Met een hittegolf van 30 juni tot net met 5 juli blijft 2015 spraakmakend. Kiewiet tekent hierbij meteen aan dat de temperatuur na de hittegolf behoorlijk kelderde. “Uitgaande van de gemiddelden is juli te koud geweest en met een neerslag van 134 millimeter een zeer natte maand”. Daarentegen blijft augustus ook bij hem in herinnering voortleven als een te warme en te droge maand met een neerslag van 30 millimeter. Met verhoudingsgewijs weinig zonuren karakteriseert hij september als te somber en te koud. Met een neerslag van 35 millimeter per maand zette zich dit patroon voort in oktober.

Zeer zacht

Zeer zacht noemt hij de novembermaand. “Ruim twee graden te warm, maar niettemin ook nog eens met een dag met hele lichte vorst. Ook met een neerslag van 139,5 millimeter een bijzondere maand”. Dat 2015 toch het beeld oproept van een overdreven warm jaar schrijft hij vooral toe aan de decembermaand. “Ik heb toen twintig dagen dubbele cijfers geschreven”, geeft hij als voorzet. “De temperatuur is in die maand twintig dagen tien graden of hoger geweest”. Zijn eindconlusie dat 2015 gemiddeld genomen een heel normaal jaar is geweest, houdt hij hiermee staande. Met cijfervergelijkingen heeft hij het gelijk aan zijn kant. Zo is in ons land op 23 augustus 1944 de hoogste temperatuur gemeten in Waddinxveld: 38,6 graden. Op 2 juli 2015 bleef een meting in Maastricht daaronder met 38,2, terwijl hij op dezelfde dag voor Zuidhorn 35,8 graden bijtekende. De wereldwijde hype over het opwarmen van de aarde beschouwt hij dan ook vanuit een nuchterheid die de Groningers eigen is. “Qua temperatuur zit er een kleine stijging in, maar ik geef de winters en daarmee ook de schaatsen niet op”.

Fervent schaatser

Als fervent schaatser van tochten wijst hij onder meer op de jaren 2005 en 2010. “In 2005 heb ik nog een maand kunnen schaatsen”. Hij hecht aan observaties in en van de natuur om voor zichzelf het weerbeeld te completeren. “Je kunt alles digitaal meten en achter een computerscherm gaan zitten, maar het weer moet je beleven”. Vanuit die visie gaat zijn voorkeur blijvend uit naar een onvervalste thermometer met kwik. “Dat blijft op het hoogste punt staan. Dat wil ik eerst zien”. De registraties houdt hij bij voor onder meer de site www.welkominzuidhorn.nl, MeteoConsult in Wageningen en Harma Boer van Radio Noord. Sinds 1979 is met zijn draadloos weerstation op de rand van Zuidhorn en Briltil dagelijks bezig met het meten van onder andere temperatuur, neerslag, windrichting, windsterkte, bewolking en zonuren. Met professionele apparatuur zoals een Hellmann Regenmeter. De sneeuwwinter van 1979/1980 werkte wat dit betreft bij hem als een magneet. “Ik hou van extremen: veel sneeuw, heel heet, heel koud, harde storm en veel water en onweer. Noem het maar liefde voor het weer. Maar”, zo vult hij direct aan, “vanuit ontzag. Onweer laat niet met zich spotten en weer eigenlijk ook niet. De mens wil alles plannen, maar het weer is niet te plannen. Het blijft ongrijpbaar en het blijft grillig. Als men dan zegt dat dit of dat, dan heb ik mijn weerwoord wel klaar: als bestaat bij de weerman niet. Je hebt met de realiteit te maken. Die kun je alleen maar observeren en registreren”. Jelle Raap

Auteur

ggeersing